Een vrijzinnig probleem
Zeg ken jij de Mosselman? Kees Mosselman, wel te verstaan? Deze voorzitter van de vrijzinnige Nederlandse Protestanten Bond (NPB) deed met Kerst 2009 namelijk een oproep om als vrijzinnige kerken te fuseren. Zoals het Protestanten betaamt — of ze nou orthodox of vrijzinnig zijn – werd een comité geformeerd om er mee bezig te gaan en op 8 juni 2011 presenteerden zij hun onderzoeksrapport Gevangen in vrijzinnigheid. Een titel die elke orthodoxe en evangelische gelovige uit het hart gegrepen is!
Na de oproep van Mosselman gingen vertegenwoordigers van verschillende vrijzinnige groepen en kerken zoals de NPB, Remonstrantse Broederschap, Doopsgezinde Sociëteit en Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP) met elkaar praten. Het leidde tot meer contact en een verhoogde Fair Trade koffie- en theeconsumptie, maar niet tot een fusie. Ferd van Koolwijk (ja, inderdaad Ferd, die vrijzinnigen moeten alles anders doen) zegt in het rapport dat het erg jammer is dat de andere kerken die stap niet willen nemen, want “onze NPB is al zo klein geworden en hoe kunnen we als Protestanten anders onze bezigheden rond boeddhisme, esoterie en humanisme door laten gaan?” (hij heeft het niet precies zo gezegd, maar dit haalde ik er uit.)
Wat is het probleem? Zoals de IKON het op Kerknieuws formuleert:
De kleine vrijzinnige kerken willen wel samenwerken, maar houden ook vast aan hun eigen identiteit. De Remonstrantse Broederschap (5600 leden) beroept zich de laatste jaren sterk op haar eigen identiteit en wil zich op deze manier profileren. De Doopsgezinde Sociëteit (8000 leden) maakt onderdeel uit van een wereldkerk en wil haar historische identiteit niet wegdoen. De VVP (2000 leden) ziet het als haar opdracht te staan voor het vrijzinnige geluid binnen de Protestantse Kerk.
De vrijzinnigheid wordt steeds kleiner en raakt steeds meer verdeeld. ‘God zij dank’, hoor ik een aantal orthodoxe gelovigen zeggen. De vrijzinnigen zien het met pijn in het verstand gebeuren. Hoe kan er zo getwijfeld worden aan hun twijfel? Samengaan lijkt dus een logische stap. Maar ook al zijn de verschillen voor elke buitenstaander met geen mogelijkheid te benoemen, toch spelen ze volgens de betrokkenen een grote rol.
Er mag in vele vrijzinnige kerken dus wel getwijfeld worden aan het bestaan van God, aan de Drie-eenheid, aan de godheid van Jezus, aan kruisdood en opstanding, aan alle aspecten van de bijbel, aan de grote stroom van de christelijke traditie. Maar er mag beslist geen vraagteken achter de eigen identiteit gezet worden! Er zijn grenzen!
We kunnen nu in ieder geval samen zingen:
Samen kennen wij Kees Mosselman!
Kees Mosselman.
Kees Mosselman.
Samen kennen wij Kees Mosselman.
Gevangen door vrijzinnigen.
Sterkte Kees!
Waarom is er lijden in de wereld?
Hier een indrukwekkende video over de vraag “Why is there suffering in the world?’ van de Hare Krishna volgeling Radhanath Swami, één van de meest gelovige, wijze mensen die volgens mij nu op aarde leven.
Lijden ontstaat door gehechtheid. Of, zoals Jezus zei:
“Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden. “Lucas 17:33
Ik weet niet of ik het met Boeddha, Jezus en Radhanath hierin eens ben, maar het raakt me heel diep.
De grappigste Venn diagrammen op internet
Venn diagrammen: een paar cirkels die bij het overlappen een nieuwe categorie aangeven. Op internet zijn een aantal hele grappige te vinden. De internetkrant Huffington Post heeft een lijstje gemaakt en hier zijn de vijf die ik het beste vind:





‘Ik heb persoonlijk contact met Jezus en hij zei: …’
Een hilarisch filmpje waarin duidelijk gemaakt wordt hoe lastig het is om te spreken over wat Jezus iemand persoonlijk duidelijk heeft gemaakt.
Nog meer Goedgelovige bijdragen
Op de christelijk-satirische website zijn er nog weer een paar columns van mij geplaatst:
- Elk beroep een Opwekkingslied – over het toepassen van Opwekkingsliederen (evangelische liederenbundel) in het dagelijkse leven. ‘Laat je leven gevuld zijn met Opwekkingsliederen dankzij deze handige tips…’ Niet voor mensen die erg gehecht zijn aan een bepaald Opwekkingslied en er helemaal geen andere (en zeer vreemde) associatie bij willen hebben. En toch zitten er in deze grapjes soms diepe waarheden verborgen… Er volgen nog meer delen in de “Mijn associaties bij Opwekkingsliederen”–serie.
- 12 tips om een saaie preek door te komen en het tweede deel 12 tips om een saaie preek door te komen 2. Lees ook de reacties waarin mensen nog meer handige tips geven en waarin ik een keer deze reactie plaats over een saaie preek waar ik zelf bijzonder veel aan gehad heb.
- De gelijkenis van de zaaiende omroep – een scherpe en satirische reactie op het vertrek van Arie Boomsma bij de EO. Een hervertelling van de gelijkenis van de zaaier als ode aan Arie.
Binnenkort zullen er nog meer bijdragen van mijn hand gepubliceerd worden. Klik in de rechterkolom onder ‘Categorieën’ op ‘Goedgelovige bijdragen’ voor alle links naar die prachtige site en een korte inhoud van mijn bijdragen.
God, Allah en de toekomst van onze wereld
In het Nederlands Dagblad werd een ingezonden brief van mijn hand gepubliceerd over God en Allah, naar aanleiding van bepaalde groepen uit de PKN die reageren op het stuk ‘A Common Word’ van vele moslimleiders. Eerder had ik al op mijn blog een bericht over ‘A Common Word’ gezet: Moslims en christenen samen – A Common Word. De ingezonden brief is in zekere zin een vervolg, herhaling en uitwerking van dat artikel.
Mijn brief riep veel reacties op, vooral hele negatieve. Er kwamen veel emoties los waarbij niet op mijn stuk, maar vooral op angsten en associaties bij mijn stuk werd ingegaan… Op de site van het Nederlands Dagblad is veel rond deze discussie te vinden.
Mijn ingezonden brief verscheen bewerkt en verkort in het Nederlands Dagblad van woensdag 2 september 2009 op pagina 7 onder de rubriek ‘Vrijplaats’ en kreeg als kop van de ND redactie ‘Geen verschil tussen naam van ’Allerhoogste’ in Koran en Bijbel’.
Hieronder de volledige tekst van mijn ingezonden brief.
~~~~~~~~~~~~~~~~
Enkele gedachten bij de gelijkschakeling van God met Allah, bij de bespreking van het moslimgeschrift ‘Een gemeenschappelijk Woord’ en de critici uit de Protestantse Kerk
In het Nederlands Dagblad staat op 26 augustus het artikel ‘Prominente PKN’ers bezorgd over islamdialoog’ waarin grote kanttekeningen worden geplaatst bij het geschrift ‘Een gemeenschappelijk Woord’. In een stuk ‘De PKN en het gesprek met de Islam‘ hebben enkele PKN’ers al hun waardering, maar vooral hun twijfels en kritiek op een rij gezet. Een ongekende eensgezindheid waarin een ondertekenaar als Nico ter Linden gezellig bij Jan van der Graaf in het rijtje staat. Hoewel zij heel naïef zijn in hun hoop dat er geen discussie over hun stuk zal komen – in deze tijd van internet en beladen verhoudingen tussen jodendom, islam en christendom en met allemaal ondertekenaars! – dragen zij ook waardevolle zaken aan. Maar naast hun gematigde toon klinken er ook schelle klanken en dat vraagt om een tegengeluid. Zij willen met hun stuk iets bijdragen aan de bespreking van ‘Een gemeenschappelijk Woord’, maar er zijn volgens mij nog meer bijdragen aan die bespreking nodig!
Ik wil me daarbij concentreren op de vraag van de prominente PKN’ers die vinden dat het niet vanzelf spreekt dat God en Allah dezelfde zijn. Voor veel andere critici is dat al geen vraag meer, want zij noemen Allah gerust een ‘afgod’ en de Islam ‘duivels’.
‘Een gemeenschappelijk Woord’
‘A Common Word’ (een gemeenschappelijk Woord) is in 2007 geschreven door een unieke groep van zeer diverse moslimleiders. Het is bedoeld als een verzoenende brief en aanzet tot gesprek naar aanleiding van de uitspraken van paus Benedictus XVI over Mohammed op 13 september 2006 aan de Universiteit van Regensburg. Die uitspraken leidden vanwege een eenzijdige uitleg tot veel heisa in een aantal moslimlanden. Deze uitgestoken hand van prominente moslimleiders werd door vele kerken en groepen gegrepen. Van de paus, de aartsbisschop van de Anglicaanse Kerk, de Wereldraad van Kerken, de World Alliance of Reformed Christians, Baptist World Alliance, prominente politici en theologen tot aan evangelikale christenen uit Amerika. Op de website van ‘A Common Word’ zijn lange lijsten te vinden met de reacties uit de christelijke en zelfs enkele uit de Joodse wereld.
Ik vind het een zeer hoopvol initiatief van de moslims dat zij een dergelijk stuk hebben geschreven. Ik vind het uniek en een echt teken van verzoening dat zij daarin vele teksten uit de christelijke bijbel aanhalen. En ik waardeer het zeer van mijn Protestantse Kerk dat ze daar aandacht aan besteden, ook al is het een beetje aan de late kant.
De critici
Helaas zijn er mensen die deze uitgestoken hand willen weigeren of eerst opheldering over veel zaken willen, voordat ze een uitgestoken hand accepteren. Onder de critici bevinden zich aan de ene kant de ‘prominente PKN’ers’, die een gematigde toon hanteren, en aan de andere kant mensen met extreme standpunten zoals verwoord in vele reactie op internetsites als die van het Nederlands Dagblad. Ik vraag me bij die laatste reacties ten zeerste af of iedereen wel ‘Een gemeenschappelijk Woord’, alsmede de wereldwijde respons daarop, gelezen heeft? Ik vermoed dat zij iets beoordelen en veroordelen wat ze niet gelezen hebben.
De critici hebben ook wel gelijk! Ze hebben bijvoorbeeld gelijk wanneer ze zeggen dat sommige moslimlanden bitter weinig vrijheid geven aan christenen, bekeerlingen uit de Islam en andersgelovigen. Ze hebben ook gelijk dat een aantal moslimleiders het stuk ondertekend heeft, terwijl ze in landen wonen waar geen vrijheid is. Het stuk van de PKN’ers noemt dat subtiel, maar duidelijk “niet volledig geloofwaardig”.
Maar die ongeloofwaardigheid slaat evengoed terug op de opstellers en ondertekenaars van ‘De PKN en het gesprek met de Islam’. Maken zij zich dan ook druk om de positie van bekeerde joden in Israël en Palestijnse medechristenen ? Hebben zij zich ook zo druk gemaakt over Guantanomo Bay waar het christelijke Amerika van Bush moslims gruwelijk martelde en gevangen hield zonder bewijzen? Uitgesproken christenen als George W. Bush lieten Guantanamo niet alleen gebeuren, maar gaven zelfs de bevelen daartoe. De gruwelijkheden vonden juist plaats in de tijd dat ‘Een gemeenschappelijk Woord’ geschreven werd.
Daarnaast wordt de Islam in westerse landen wel degelijk gehaat (Wilders c.s.), de moslims beperkt in hun geloof (verbod op hoofddoeken en boerkini’s) en wordt beledigd wat zij voor zeer heilig houden (cartoons over Mohammed). Dan komen wij in de ogen van moslims toch ook bijzonder ongeloofwaardig over?
En toch steken zij hun hand uit! Het is zeer jammer en schokkend dat de opstellers en ondertekenaars van ‘De PKN en het gesprek met de Islam’ zich van deze eigen ongeloofwaardigheid niet bewust waren of er in ieder geval geen aandacht aan besteed hebben.
Maar zelfs als wij ons alleen concentreren op de slechte behandeling van christenen in veel moslimlanden, wat is dan de beste aanpak? Ik ken het werk van een stichting als Open Doors goed en sta volkomen achter hun ondersteuning van vervolgde christenen in islamitische landen. Maar de vraag is of het zinvol is om het stuk van de moslimleiders links te laten liggen, het gesprek met ze te mijden of er zo kritisch mee om te gaan als de prominente PKN’ers doen. Gelukkig doen de prominente PKN’ers niet mee met vele mensen die die reageerden op het ND-artikel en een voorkeur leken te hebben voor strijd boven gesprek, vijanddenken boven vijanden liefhebben en kruistochten boven samenleven.
Allah en God dezelfde?
Toch stellen ook de prominente PKN’ers dat het spreken over een gemeenschappelijk grond vertroebelend werkt en dat het “voor hen niet vanzelf spreekt” dat het over dezelfde God gaat. Het klinkt alsof zij heel open het gesprek in willen gaan, maar zij gaan even goed van veel aannamen en vooronderstellingen uit als degenen die zij tussen de regels door bekritiseren! Ik hoop dat hieronder duidelijk te maken.
Ik vind het erg jammer dat zoveel critici twijfels hebben of Allah en God dezelfde zijn of het zelfs ronduit verwerpen. Ik heb ook wel de boeken gelezen die uitleggen dat er grote verschillen zijn en dat zij onmogelijk dezelfde God kunnen zijn. En het is zeer begrijpelijk dat mensen de grote verschillen in ideeën over de Allerhoogste interpreteren alsof het om twee verschillende goden gaat.
Maar ik ken ook uitspraken van de grote zendingsman en joodse christen Martin Goldsmith, die zeer goed op de hoogte is van het leven en geloof van moslims en van bekeerde moslims en die in zijn boek ‘Islam and Christian Witness’ (1987) duidelijk aangeeft dat Allah en God dezelfde zijn.
Of neem een voorbeeld uit de zendingswetenschap. Don Richardson vertelt in zijn belangwekkende boek ‘Eternity in Their Hearts’ (Regal, 1984) onder andere over de Inca’s die Inti als zonnegod aanbaden. Maar toen de koning Pachacuti bedacht dat de zonnegod door wolken en de nacht belemmerd kon worden, kwam hij tot het besef dat er een Hogere God moest zijn. Zo kwam hij tot geloof in Viracocha, de allerhoogste, schepper-God. Mijn vraag aan mensen die Allah en God niet als dezelfde God willen zien: Wat zou u tegen koning Pachacuti zeggen? Dat zijn Schepper-God, de Allerhoogste niet de Schepper God, de Allerhoogste is? Maar hoe kunnen er twee Scheppers en twee Allerhoogsten zijn? Volkomen onmogelijk!
Hoe spreekt de bijbel hierover?
Een doordenking van bijbelse gegevens levert ook interessante en waardevolle gezichtspunten op. Wat moeten de critici bijvoorbeeld met de priester van de Allerhoogste God, Melchizedek, uit Genesis 14? Hoe kwam hij aan zijn kennis over God en waarom zou het dezelfde God als die van Abraham zijn?
Wat doen de critici met Daniël 3:26-28 waar de heidense koning Nebukadnezar tegen de vrienden van Daniël zegt dat zij de Allerhoogste God dienen. Je kunt moeilijk zeggen dat hij op dat moment weet wie de Allerhoogste God van Daniël c.s. is. Heeft Nebukadnezar het dan over dezelfde of een andere G/god?
En wanneer Paulus op de Areopagus (Handelingen 17) als uitgangspunt voor zijn verkondiging de “onbekende god” neemt, start ook hij vanuit de cultuur en de woorden van de “heidenen”. Hij zegt dat die onbekende god de enige ware God is, maar niet dat die heidense god helemaal niks met God te maken heeft. Paulus haalt daar zelfs de gedachten van een heidense dichter over hun G/god aan om uit te leggen wie en wat de God is die hij verkondigt!
Ons woord ‘God’
De redeneringen van mensen die de woorden God en Allah strikt gescheiden willen houden, wordt helemaal onzinnig als je een keer na gaat denken waar ons woord ‘God’ vandaan komt. Zoals de internet encyclopedie Wikipedia stelt: “In etymologisch opzicht is het woord God naar alle waarschijnlijkheid terug te voeren op het Indo-Europese ghu-tó (= het aangeroepene). Ook wordt het wel in verband gebracht met een werkwoord dat gieten of offeren betekende. Er is mogelijk ook een parallel met het Oud-Perzische woord ‘Khoda’ (‘God’); van belang is ook de achtergrond in het Sanskriet: het woord ‘hu’ betekent (onder meer) ‘aanroepen’.”
Als God en Allah verschillen dan verschilt ‘God’ ook met de bijbelse Adonai! En hoe konden de schrijvers van het nieuwe testament ooit de aanduiding Theos voor God gebruiken? Dat stamde toch uit de heidense wereld? Je zou je dan ook af kunnen vragen of Nederlandse christenen het wel over de echte God hebben als zij het woord ‘God’ gebruiken! Dan is Allah – uit hetzelfde taalveld als Elohiem of El Elyon – misschien veel beter! Dan kunnen de critici beter alle christenen oproepen om het woord ‘Allah’ voor YHWH te gebruiken, dan het heidense woord ‘God’ !
A = A, wat je ook van A vindt
Dr. Antonie Vos heeft over deze discussie een zeer degelijke bijdrage geschreven in het juweeltje “De Godsleer en de huidige Westeuropese cultuur” (Kok, 1987). In zijn bijdrage aan die bundel gaat Vos diepgaand in op de vraag: “Is Allah identiek met de Vader van Jezus Christus?” Hij stelt duidelijk: “Als er twee verschillende beschrijvingen van a gegeven worden, verschilt a nog niet van a. De ene christen of theoloog verschilt van de ander in zijn visie op God, maar daarmee vereren zij nog niet twee goden…”
Als je volhoudt dat moslims vanwege hun andere ideeën het onmogelijk over dezelfde God kunnen hebben, of daar vraagtekens bij zet, dan kun je net zo goed zeggen dat Gereformeerde gemeenten ook een heel andere God hebben dan evangelischen, Jehovah’s getuigen, Vrijgemaakten of een gemiddelde PKN’er! Hun beelden van God verschillen even sterk van elkaar als God van Allah verschilt. En zij baseren zich ook nog eens allemaal op de bijbelse God…! Maar zijn dat allemaal andere goden of spreken zij toch op verschillende manieren over dezelfde God?
Ik kan niet anders dan vaststellen dat het wel begrijpelijk, maar ook onzinnig is om je af te vragen of Allah, de Allerhoogste, wel gelijk is aan ‘God’, de Allerhoogste. En de logica van hen die hier heel stellig in zijn, ontgaat me volkomen. Het is in het zendingswerk en bijbelvertaalwerk een volslagen onbruikbare gedachte en het bevordert geen enkel doel dan het halen van eigen gelijk en het stimuleren van vijanddenken. Het is dan veel beter om uit te gaan van een gemeenschappelijk geloof in één Allerhoogste, de Eeuwige, de Schepper.
De PKN op een heilzame weg
Het gaat er dus om wat je over de Allerhoogste zegt en daar zijn de meningen over verdeeld. Laten we dan een gesprek aangaan over Adonai/God/Allah/Viracocha – de Eeuwige, Schepper en Allerhoogste. Laten we spreken over wat de Allerhoogste voor ons betekent en waarom wij er anders over denken, hoe wij samen op kunnen trekken vanuit naastenliefde en respect, precies wat ‘Een gemeenschappelijk Woord’ voorstelt!
En als dan na lange tijd de lucht wat begint te klaren van duizend jaar vijandschap, als er geluisterd wordt in plaats van geponeerd, gesproken in plaats van gestreden, dan kunnen we een basis van vertrouwen opbouwen waarin andere enorme problemen aangekaart worden, zoals de behandeling van christenen door moslims, de plaats van Israël en de verachting van de islam door veel westerlingen.
Aan mijn Protestantse Kerk in Nederland zou ik dus willen vragen dat ze zich niet alleen laten leiden door de critici, maar zich zullen concentreren op de eerste stap die ‘Een gemeenschappelijke Woord’ zet. Want het is een bijzondere, eerste stap. Als een baby haar eerste stapje zet, ga je ook niet praten over conditietraining, joggen en hardloopwedstrijden. Laten we gewoon blij zijn met deze eerste stap en zo reageren!
Met de opstellers van ‘De PKN en het gesprek met de Islam’ kunnen we dan “zoeken naar een waardige en heilzame manier om samen de wereld te bewonen”. Maar daar zou ik dan nog aan toevoegen: “…en ons samen open te stellen voor de Schepper, de Allerhoogste, de Eeuwige!”
~~~~~~~~~~~~
Meer lezen?
-
Een kritische brief van Koert van Bekkum, adjunct hoofdredacteur van het ND over het stuk van de PKN prominenten.
-
Dubbele agenda in gesprek met moslims van missionair predikant Marten de Vries die veel met moslims werkt.
-
Christenen zijn geen broeders van de islam van de oude kopman van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk, dr. van de Graaff.
-
Een reactie van ds. A.H. van Veluw op verschil en overeenkomst tussen God en Allah: God en Allah, naam en titel
-
Het weerwoord van de Vrijgemaakte ds. Bas Luiten op mijn ND-stuk.
-
Het boeiende engelstalige Wikipedia artikel over Names of God, waaronder verschillende namen voor de ‘christelijke God’ in allerlei talen en culturen, bijvoorbeeld ‘Shangdi’ in de standaard Mandarijnse (Chinese) bijbel.
Niet-weten is Gods zegen
Het gedicht ‘In waansin het ek gevra’ van de Zuid Afrikaanse dichter N.P. van Wyk Louw houdt mij nu al een paar jaar bezig. In mijn jeugd heb ik het meerdere malen gelezen, maar het bleef toen niet hangen. Ik was er nog niet aan toe?
Ik ben vorig jaar bezig geweest om honderden Zuid Afrikaanse gedichten in het Nederlands te vertalen of vertalingen te zoeken en toen kwam ik dit gedicht weer tegen. Het sloeg in als een bom! Wat een herkenning van de vragen waar ik mee bezig was (en ben). Alle wetenschappelijke kennis die ik meende te moeten vergaren, alle gedachten en ideeën over God en de wereld die mij vulden, daar wist Van Wyk Louw precies de vinger op te leggen.
De gedichten van deze diepe denker en twijfelaar in het veelal streng gereformeerde (christelijke) Zuid Afrika van zijn tijd zijn nu juweeltjes voor me geworden. Ze verwoorden wat ik ten diepste voel en helpen me om er ook weer woorden voor te vinden. Het onderstaande gedicht doet dat voor mij op magistrale wijze.
Dit is nu mijn weg geworden: niet meer boven God willen staan, in mijn drang om alles te weten en te begrijpen, maar mijn ‘Weten’ kapot scheuren, reizen zonder einde, zoeken zonder te vinden. Want om God te ‘vinden’ – vast te leggen, hem te (be)grijpen, dat is de vloek van God, maar om hem te zoeken, dat is Gods zegen!
——————
In waansin het ek gevra
(Uit de bundel: Alleenspraak, 1935)
Herr du mein Gott, was gehen mich die
Gesetze der Natur und Arithmetik an?In waansin het ‘k gevra, o God
vir my die vrede van die ster,
om bo die berge stil te woon,
die wêreld onder dof en ver.Ek wou U Liggaam sien en gryp,
ek wou die see vang in my net;
ek wou U Mag vang, vang en bind
met die koperkettings van my wet.Dan wou ek self in glorie troon,
my hof by winde en sterre hou;
ek wou met ewig-stille oë
op U en op U knegskap skou.Vergeef die wilde dwase bee —
o God, hoe kon ek wyser wees?
Maar, moet U vlam my voorkop kroon,
ek neem die glorie en die vrees!Vir my nie meer die dwase rus
van mense en van dag en jaar,
vir my die vlamme van U wa,
en oë wat in vertes staar.Vir my die kruis en doringkroon,
die reise wat geen einde het,
vir my die soek wat nimmer vind,
vir my die sterre sonder wet.o God, vir my die wilde sin,
die oë wat hul waansin noem,
om wat ondenkbaar is, te dink,
en wat onmoontlik is, begin.Ek sal ons Wete stukkend skeur
en uitstrooi tussen sterre en maan!
Sal ek met so ’n flenterkleed
U weë, o God, U weë gaan?So sal ‘k met naakte liggaam stap
die reis van hierdie wonderlewe,
met wonderoë in die lig
wat om my van U wonder bewe.Daar is één heerlikheid: U sien;
daar is één rus: om U te soek;
om nie te weet – dit is U seën;
en om te vind – dit is U vloek.
Vertaling ‘In waanzin heb ik gevraagd’
Heer, mijn God, wat heb ik te maken met
de wetten van de natuur en de rekenkunde?
In waanzin heb ik gevraagd, o God,
voor mij de vrede van de ster,
om boven de bergen stil te wonen,
de wereld onder dof en ver.
Ik wilde Uw lichaam zien en grijpen,
ik wilde de zee vangen in mijn net;
ik wilde Uw macht vangen, vangen en binden
met de koperen kettingen van mijn wet.
Dan wilde ik zelf in glorie tronen,
hof houden bij winden en bij sterren;
ik wilde met eeuwig-stille ogen
op U en op Uw knechtschap zien.
vergeef die wilde en dwaze bede —
o God, hoe kon ik wijzer zijn?
Maar, moet Uw vlam mijn voorhoofd kronen,
ik neem de glorie en de angst!
Voor mij niet meer de dwaze rust
van mensen en van dag en jaar,
voor mij de vlammen van Uw wagen,
en ogen die in verten staren.
Voor mij het kruis en de doornenkroon,
de reizen die geen einde hebben,
voor mij het zoeken dat nooit vindt,
voor mij de sterren zonder wet.
O God, voor mij de wilde zin,
de ogen die hun waanzin laten zien,
om wat ondenkbaar is te denken,
en wat onmogelijk is te beginnen.
Ik zal ons Weten aan stukken scheuren
en uitstrooien tussen sterren en maan!
Zal ik met zo’n haveloos kleed
Uw wegen, o God, Uw wegen gaan?
Zo zal ik met een lichaam naakt
de reis door dit wonderleven maken,
met wonderogen in het licht
dat om mij heen van Uw Wonder beeft.
Er is één heerlijkheid: U zien;
er is één rust: U zoeken;
om niet te weten – dat is Uw zegen;
en om te vinden – dat is Uw vloek.
(vertaling Adriaan van Dis en Robert Dorsman, uit hun boek: O wye en droewe land: Honderd-en-een gedichten in het Afrikaans, Meulenhoff – Amsterdam, 1998. (Van harte aanbevolen!))
——————
Meer info:
- Kort Wikipedia artikel over N.P. van Wyk Louw
- Afrikaanstalig artikel van Ena Jansen over Van Wyk Louw in Die Burger
- Kort Engelstalig stukje in een groter artikel over Zuid Afrikaanse literatuur in de Encyclopaedia Brittanica
De Ark in de Arke – een muurschildering
Met Griet Postema, Elias van der Sloot en de kunstschilder en grote drijfveer achter dit project, Joop Bouma, heb ik begin augustus een muur van het verbouwde kerkgebouw van de Protestantse Gemeente in Drachten beschilderd. Het betreft het gebouw van de wijkgemeente met de toepasselijke naam ‘De Arke’. Na drie eerdere muurschilderingen in m’n eentje was dit heel leerzaam, vooral met een goede leraar en getalenteerde kunstschilder als Joop. Het was erg leuk om te doen en gewoon gezellig. Hopelijk genieten de kinderen van de oppas er ook van…
Hieronder een paar foto’s. Ik hoop als update nog een foto toe te voegen van het muisje boven op de olifant, die ik aan het einde speciaal voor mijn kinderen geschilderd heb.

'mijn' pinguïn

Kijk, zo hoort het: geknield in de kerk! -- Joop (r) en ik bezig met de schildering die hier iets over de helft is
En een overzicht van het eindresultaat:


——————-
Tip:
- Zie ook de site van Joop Bouma: Kwartziet
Verschillen mensen wel van dieren?
Het artikel The thief in the mirror (de dief in de spiegel) zette me weer eens aan het denken over de verschillen tussen mens en dier. Zijn mens en dier essentieel verschillend of denken we dat, omdat we teveel van onszelf uit gaan? In dit artikel schrijft de filosofische bioloog Frans de Waal over eksters, zelfherkenning en inlevingsvermogen. Het is opnieuw een boeiend artikel van deze bioloog. Hierbij een vertaling en samenvatting van het artikel met daarachter in het kort mijn gedachten en enkele verwijzingen.
Zijn eksters alleen dieven en plunderaars?
De Waal vertelt over de ekster (Pica pica). Die heeft een slechte reputatie. Niet alleen stelen ze alle glinsterende voorwerpen (weg is je mooie theelepeltje), maar ze willen ook wel eens de nesten van onschuldige zangvogels plunderen… Je kunt ze gerust beschuldigen van diefstal en plundering.
Maar je kunt ze niet beschuldigen van domheid. Het voorste deel van hun hersenen is uitzonderlijk groot en ze zijn daardoor creatief en innovatief.
Recent is deze vogelsoort ook aan een aanval begonnen op onze gevestigde ideeën over vogels, dieren en de mens. Zijn zoogdieren nog wel de top van de evolutie? Deze vogels laten namelijk zien dat ze op een creatieve manier gereedschap gebruiken, een visueel perspectief hebben en vooruit kunnen denken.
Het enige punt waarop ze achterbleven was dat ze zichzelf niet herkenden in een spiegel. Deze eigenschap wordt alleen gevonden in een handjevol zoogdieren met grote hersenen en is voor velen de basis van een besef van zelf of persoon-zijn. Gordon Gallup ontwikkelde zo’n 40 jaar geleden een spiegel-vlek-test. Een stipje wordt aangebracht op een deel van het lichaam dat het dier alleen via een spiegel kan zien. De test stelt dan vast of het dier de spiegel gebruikt om het stipje op zijn eigen lichaam te inspecteren, bijvoorbeeld door het aan te raken of over de plek te wrijven. De meeste dieren en vogels zien het stipje in de spiegelbeschouwen hun spiegelbeeld als een ander dier en denken dus dat het stipje niet hun probleem is, maar het probleem van de ander. Heel weinig soorten slagen voor de spiegel-herkenningstest (mirror self-recognition of ‘MSR‘). Naast mensen zijn alleen de vier grote soorten aap (bonobo’s, chimpansees, orang oetans en gorillas), de tuimelaar-dolfijn en de Aziatische olifant geslaagd voor deze test.
Jezelf herkennen in een spiegel is iets bijzonders
MSR wordt wel gezien als een belangrijke grens die dieren met een zelfbewustzijn scheidt van dieren die dat niet hebben. Er is wel kritiek op deze test, maar het blijft volgens De Waal de gouden standaard van zelfbewustzijn.
Nu hebben Helmut Prior en medewerkers van de Ruhr Universiteit in Bochum, Duitsland, een zeer degelijk onderzoek over eksters gepubliceerd. Daaruit bleek dat eksters wel degelijk de spiegel gebruikten om de vlek op hun veren weg te krijgen.
Uit evolutionair standpunt is MSR niet erg interessant, want andere dieren overleven prima zonder deze vorm van zelfbewustzijn. Deze test is vooral belangrijk, omdat het ons duidelijk maakt hoe dieren en vogels zichzelf zien in relatie tot hun omgeving en hun mede-dieren. Vooral de cognitieve of kennis aspecten van de MSR test zijn erg interessant.
Bewijs van zelfherkenning en zelfbewustzijn via MSR zou verband houden met vergevorderde sociale relaties, waaronder de mogelijkheid om de wereld te bekijken vanuit het gezichtspunt van iemand anders. Recent is er nog een verband gelegd tussen deze zelfherkenning en invoelingsvermogen. Hogere niveau’s van inlevingsvermogen zorgen er voor dat individuen zich voor kunnen stellen hoe iets voor een ander is.
Bij de menselijke ontwikkeling is er een sterk verband tussen zelfherkenning in een MSR test en het bewust worden van het eigen perspectief. In de toekomst kan dit nog door hersenonderzoek bevestigd worden. Als hetzelfde deel van de hersenen gebruikt wordt om zichzelf in de spiegel te herkennen alsook om met andere mee te leven en vanuit hun perspectief naar de zaak te kijken, dan wordt het belang van de MSR-spiegeltest alleen maar groter.
Eksters als vogels die zich in anderen kunnen verplaatsen
Wat heeft dit met eksters te maken? Het kunnen verplaatsen in het perspectief van anderen kon wel eens van groot belang zijn voor een vogelsoort dat de nesten van anderen plundert en van mensen steelt. Eksters bouwen wel eens voor een voorraad op en plunderen ook elkaars voorraad. Om een dief te herkennen, moet je zelf een dief zijn. Ze gaan er van uit dat wat zij doen ook door anderen gedaan wordt en baseren daar hun eigen gedrag op. Ook al gebruiken zij hun zelfbewustzijn niet om anderen te helpen, maar om de anderen juist voor te zijn, het lijkt er op dat zij zich in anderen kunnen verplaatsen. Hun gedrag suggereert dat zij onderscheid aanbrengen tussen zichzelf en de ander.
Er is nog veel meer onderzoek nodig, maar het biedt perspectief dat er een verband kan zijn tussen het zichzelf herkennen in een spiegel en het inleven in het perspectief van een ander.
Bron: PLoS Biology | www.plosbiology.org 1621 August 2008 | Volume 6 | Issue 8 | e201 | The thief in the mirror by Frans B.M. de Waal
——————————
Enkele gedachten bij dit artikel
De mens is een wezen dat bewust is van zichzelf, dat zich kan inleven in een ander en mee kan leven met een ander. Zo voeden we onze kinderen op en zo hoort een mens te zijn. Of is het zelfs een essentiële eigenschap van volwaardig mens zijn? Een mens als een zoogdier met inlevingsvermogen.
Maar wat dan van kinderen die zichzelf nog niet in de spiegel herkennen? Zij denken dat zij iemand anders zien. Pas bij ongeveer 18 maanden slagen ook kleine kinderen voor de MSR spiegeltest.
En nog weer later kunnen ze zich echt ten volle verplaatsen in een ander. Een eenvoudige, maar zeer boeiende test laat dat zien: neem twee poppen (dat zijn de mensen) en twee bakjes met elk een zakdoekje eroverheen. Laat een kind meekijken als je één van de poppen een klein voorwerp zoals een knikker (wat ook maar in het bakje past) geeft. Die pop stopt de knikker in één van de bakjes, doet de zakdoek erover en gaat weg. De andere pop haalt dan stiekem de knikker uit dat bakje en verstopt het in het tweede bakje en legt de zakdoek daar overheen. Dan komt de eerste pop weer terug. Vraag aan het kind in welk bakje die teruggekeerde pop gaat kijken om de knikker te pakken.
Hier komt het bijzondere moment. Een kind van drie jaar zal zeggen: “in het tweede bakje” (want daar zit de knikker). Maar kinderen van ongeveer 4 jaar en ouder zullen zeggen: “De pop die even weg was zal in het eerste bakje kijken” (want daar heeft ze de knikker het laatst gezien).
Het vergt inlevingsvermogen in de pop die wegging en terugkwam om te bedenken dat die in het eerste bakje zal kijken.
Dit wonderlijke experiment heb ik een keer bij mijn kinderen geprobeerd. Het klopte precies. De jongste van (toen) 2 of 3 jaar dacht dat de teruggekeerde pop in het tweede bakje zou kijken, de oudste in het eerste bakje.
Meeleven, inlevingsvermogen en perspectief zijn zaken die in het gewone leven zó kenmerkend zijn voor mensen, dat het verrassend is als kleine kinderen dat nog niet kunnen en eksters wel.
Ook in het christelijk geloof hoort de mens gewoon bij de schepping. In die zin verschillen wij niet zoveel met een grassprietje, een krekel of een ekster. We zijn allemaal geschapen, we zijn allemaal tijdelijk en kwetsbaar.
Maar wat dan van kleine kinderen die nog niet zichzelf herkennen en meer lijken op een dier dan op een mens? En als je kijkt naar een mens in zijn vroegste vormen: een klein, vreemd, weerloos wezentje. Wordt het er daarna echt beter op? Blijven we niet klein, vreemd en weerloos – net als de dieren? Zijn de verschillen tussen dieren, vogels en mensen dan wel zo groot? En welke gevolgen heeft dit voor ons mensbeeld? En voor onze omgang met dieren?
——————————
Interessante links en filmpjes
Op YouTube is een filmpje te zien van een ekster die niet geslaagd is voor de test — hij valt zichzelf aan in de spiegel! Kijk hier: Magpie Attacks its own Mirror Reflection.
In de psychoanalytische richting binnen de psychologie is diepgaand nagedacht over spiegels en bewustzijn. Hier een interessant engelstalig Wikipedia artikel: Mirror stage.
Hieronder een filmpje van de onderzoekers van de Ruhr universiteit met korte uitleg van hun test.
Wat is er mis met interreligieusiteit? – een discussie met Anton de Wit (2)

Anton de Wit
Ik vind het een hele eer dat Anton de Wit, wiens blog ik al tijden volg, die meerdere boeken heeft geschreven en zeer belezen is, op een stukje van mij heeft gereageerd. En dan ook nog zo uitgebreid!
Het begon allemaal met een bericht over Joan Elkerbout die een interreligieuze (interfaith) kerk wilde beginnen waar plaats is voor alle godsdiensten. In het artikel Tien bezwaren tegen de interreligie - bleek heel duidelijk dat Anton de Wit die kerk — zacht gezegd — niet zo’n zinnig idee vond. Maar ik vond zijn argumenten niet zo zinnig en heb daar aandacht aan besteed in een artikel Wat is er mis met interreligieusiteit? – een discussie met Anton de Wit. Hij reageerde daar weer op.
Ik kan het nu met hem eens worden, maar dan hebben we beide ongelijk…
Daarom ga ik er nog verder op in.
Waarom is dit belangrijk?
Ik vind het waardevol om tijd aan dit onderwerp te besteden, omdat ik geloof dat dit onderwerp van het grootste belang is voor de toekomst van ons land en onze wereld. Hoe gaan we met elkaar om? Hoe gaan we met elkaars religies om? Kiezen we de weg van afsluiting en afstoting, verkettering en strijd? Of proberen we open te zijn en van elkaar te leren? Bij Anton de Wit proef ik iets van het eerste, bij de interreligieuze kerk het tweede.
Het is maar een proeverij van mij, ik heb het hele gerecht niet gegeten en er zal verschil van smaak zijn… Dus ook bij mijn opmerkingen moet nog een korreltje zout. Maar er komt niets op tafel als je niet ergens begint, dus ik duik de keuken van deze discussie in en ga roeren in een aantal belangwekkende punten.
Religies vergelijken: mag dat?

Joan Elkerbout
Ik vergeleek de verschillende godsdiensten in de interreligieuze kerk met allerlei soorten sport. De één zit bij voetbal, de ander houdt van hockey, allemaal doen ze aan sport (religie). Het is nu meestal zo dat er gezegd wordt dat “voetbal” (bijv. hindoeïsme) geen echte sport is, maar alleen onze eigen handballers (de christelijke godsdienst). Zo zegt Joan Elkerbout eigenlijk dat iedereen aan sport (religie) doet. Er zullen in die interreligieuze kerk mensen zijn die het meer in de stilte (schaken) en anderen meer in de daden (volleybal) zoeken.
Anton de Wit vindt dit argument juist zijn positie sterker maken. Hij vindt dat je de religies niet met elkaar kunt vergelijken en vraagt zich af welke sport ze dan beoefenen?
Maar waarom kun je religies niet vergelijken? Elke religie en levensbeschouwing geeft invulling aan het leven, biedt een weg naar de zin van het leven, een weg naar iets wat het dagelijkse leven en de dood overstijgt en laat in de volgelingen zien welk effect het heeft. Daarin zijn ze zeker wel te vergelijken (pace Chesterton). In de praktijk gebeurt het ook. Vele voormalige katholieken en protestanten horen van andere mogelijkheden, wegen de opties tegen elkaar af en kiezen nu voor een agnostisch en postmodern leven en geloof. En G.K. Chesterton doet het zelf ook door de God van de Aboriginals te vergelijken — zelfs te vereenzelvigen — met de God van de christenen.
De Rooms Katholieke Kerk als onvergelijkbaar neerzetten (zoals Anton de Wit in navolging van Chesterton doet) is terecht. Er is geen kerk precies zoals de Rooms Katholieke. Maar aan de andere kant is het ook niet terecht. Er zijn toch ook Oosters-Orthodoxe en Protestantse kerken? En hoewel ze verschillen, kun je die toch allemaal ‘kerk’ noemen? En hetzelfde met religie. Er zijn er vele en ze verschillen enorm, maar ze beoefenen allemaal hun religie. Het specifieke sluit het algemene niet uit.
Anton de Wit’s argument lijkt een beetje op die oude reclame van Heinz waarin de mensen tegen elkaar zeggen: is er een andere ketchup dan? Natuurlijk, Heinz ketchup heeft een unieke smaak, maar er zijn echt nog meerdere soorten ketchup. Zo is Joan Elkerbout’s “sportclub” met verschillende soorten “sporten”, nog steeds een sportclub. Ze beoefenen ‘sport’.
Een suggestie aan Anton de Wit: ga eens naar zo’n grote sportschool of sportclub en vraag welke sport ze daar beoefenen. Als ze dan zeggen ‘vele soorten sport’ zeg dan, nee, jullie moeten toch één soort sport beoefenen? Kijk dan eens hoe ze je aankijken. Zo kijk ik ook bij jouw kritiek op mijn sport-vergelijking.
Iedereen knutselt er op los
Anton de Wit is helaas niet ingegaan op een voor mij belangrijk punt. Als hij de “knutselspiritualiteit” van de interreligieuzen onzinnig vindt, stel ik daar tegenover dat zijn spiritualiteit ook bij elkaar geknutseld is. Ons christelijk geloof, zoals wij dat vandaag in Nederland geloven en beleven, heeft grote invloed ondergaan van de germaanse godsdienst, het griekse denken en vele filosofische stromingen van de laatste eeuwen. Elke gelovige heeft dus al een geknutselde spiritualiteit. En met het aanbod dat wij krijgen van ouders, school en televisie stelt elke Nederlander (onbewust) wat samen uit allerlei stromingen.
Daarom geloof ik niet dat
iemand er zeker van kan zijn dat hij of zij de ware versie van het geloof heeft. De meeste mensen staan daar sowieso nooit bij stil. De door mij opgevoerde “gewone gelovigen” Gert en Mies ook niet. Zij mogen volgens Anton de Wit dan wel “midden in de traditie staan”, maar welke traditie bedoelt hij dan? De Rooms Katholieke traditie als een eenduidige traditie beschouwen is theoretisch wel leuk, maar praktisch een droombeeld. De eenheid is ver te zoeken — de Dominicanen in Zwolle zijn echt wel anders bezig dan de paus zelf. Trouwens, die Dominicanen lijken meer op Joan Elkerbout’s interreligieuze kerk dan op de Rooms Katholieke kerk die Anton de Wit ons in zijn artikel voorspiegelt. Dé kerkelijke traditie is niet aan te wijzen. Als het zo duidelijk is wat de traditie inhoudt, hoe kan Anton de Wit ons dan zo’n brede katholieke kerk voorschotelen in zijn ‘K-factor’ test ?
Mijn verwijzing naar het geloof van Gert en Mies, die zich helemaal niet bewust zijn van alle invloeden op hun traditie, bedoelde ik niet paternalistisch, maar als constatering. Ik houd me erg bezig met deze vragen over religie en culturele invloeden, maar anderen echt niet. Daar zijn ze geen stuiver minder waard om. Integendeel: gewoon leven is misschien wel een grote wijsheid?
Maar in een samenleving waarin informatie over allerlei godsdiensten en visies snel en makkelijk te vinden is, wordt het steeds moeilijker om de grenzen van een “zuiver geloof” te bewaken. Dat ondervonden de missionarissen en zendelingen van vroegere eeuwen ook al. In het contact met andere religies raakten zij onder de indruk van de wijsheid, gedachten en levensstijl van de mensen die zij ontmoetten. En bewust of onbewust kwamen zij onder invloed van de lokale cultuur en religieuze gedachten. Het is niet voor niets dat de kerk er heel anders uit ziet in Afrika, dan in Zuid Amerika, Azië of in Nederland. Er is nou eenmaal invloed van de omgeving en wij kunnen onszelf niet volledig afsluiten.
Een interreligieuze kerk met harde termen afserveren op hun spiritualiteit, alsof wij de waarheid in pacht hebben en niet zelf ook knutselen, daar pas ik dus voor.
De kleuren zwart en wit zijn onmenselijk
Anton de Wit zegt:
Het valt me op dat mensen die, zoals Peter, grijstinten graag tegenover zwart-witdenken plaatsen, soms lijken te vergeten dat zwart en wit wel degelijk reëel bestaande kleuren zijn. Zonder zwart en wit zou er überhaupt geen grijs bestaan. En de theorie van de interreligie is gewoon volledig zwart, er is niks grijs aan. Of misschien kan ik beter zeggen dat de interreligie juist volledig grijs is, en het bestaan van zwart en wit niet tolereren kan.
Het kleurenspectrum erbij halen als ik zeg dat wij niet zo zwart wit moeten denken, is overgaan van de ene betekenis naar de andere. Met zwart en wit bedoelde ik geen kleuren, maar stelligheid en “zeker weten”. Natuurlijk bestaan de kleuren zwart en wit en zijn ze nodig voor grijs, maar mijn punt is of er 100% zekere kennis van “God”, “het geloof”, “de traditie”, de “waarheid” is ? Wie gaat mij dat omschrijven? Hans Küng (de dissidente en geniale theoloog), Richard Dawkins (de fanatieke atheïst), Karl Barth (de protestantse ‘kerkvader’ van de 20e eeuw), de Dalai Lama of paus Benedictus XVI?
Ik geloof dat zwart en wit aan God zijn voorbehouden, niet aan mensen. En een kerk of groepering “volledig zwart” noemen is de plaats van God innemen. De oerzonde, zo je het wilt, waar volgens het verhaal de duivel Eva en Adam toe verleid heeft. Dan is de orthodoxie niet zo voorzichtig en tolerant meer, zoals Anton de Wit ons doet voorspiegelen. Als hij bij een ander punt de religieuze stroming van de Katharen aanhaalt als ketters, dan weten velen dat die orthodoxie toen vooral onvoorzichtig en intolerant was… En de woorden die Anton de Wit in zijn argumenten gebruikt, dragen aan de onvoorzichtigheid en intolerantie bij.
Tradities en openheid
Maar, zegt Anton de Wit, anders dan een ‘knutselspiritualiteit’ zorgt een traditie er voor dat we geconfronteerd worden met dingen waar we het niet mee eens zijn.
Ik kan, ik noem maar wat, moeite hebben met bepaalde passages uit de brieven van Paulus, maar op gezette tijden worden die passages toch voorgelezen in de kerk. Of ik dat nu leuk vind of niet. Ik zie dat als een groot voordeel, ook om niet op eigengereide dwaalwegen te verdwalen. Steeds opnieuw moet ik me toch weer tot elementen uit de traditie verhouden, waardoor mijn eigen gemakkelijke gelijk bevraagd blijft worden, en ik gedwongen wordt steeds op een nieuwe manier naar zaken te kijken. In een knutselspiritualiteit is die voortdurende confrontatie en herbezinning niet noodzakelijk aanwezig, eerder niet dan wel.
En even verderop:
Ik vind de visie die Peter naar voren brengt heel behartigenswaardig. Noem het maar ‘agnostiek’: de intuïtie dat je als mens beperkt bent in je begrip van de grote waarheden, en dat je daarom bescheiden moet zijn, en ook open moet staan voor andere visies, enzovoort. Maar welbeschouwd tref ik die houding of intuïtie helemaal niet aan bij de interreligie. Die riekt veel meer naar de tegenovergestelde positie: de gnostiek, die zich het best laat omschrijven als de arrogante aanname dat jij en jouw kleine clubje ‘ingewijden’ de volledige waarheid in pacht hebben.
Ik denk dat hij gelijk heeft wat betreft de stelligheid van veel gnostici en new agers. Daarmee brengt hij een goede nuancering in mijn betoog aan. Deze ‘zachte gelovigen’ doen ook harde en stellige uitspraken, net zoals degene die zij verfoeien.
Maar geldt het ook voor Joan Elkerbout? Ik weet niet of Anton de Wit zich verdiept heeft in haar visie, maar als je op de site Vrouwen in de Media het profiel van Joan Elkerbout bekijkt, komt het op mij niet erg stellig over. Ik proef er geen “wij-kennen-de-volledige-waarheid” houding.
Kan een mening van Anton de Wit er ook naast zitten?
Er is meer aan de hand in bovengenoemde uitspraken van Anton de Wit:
- Hoe weet hij dat confrontatie en herbezinning niet noodzakelijk aanwezig zijn in de interreligieusiteit? Zijn gnostici goedgelovige mensen? Houden interreligieuzen zich niet bezig met andere meningen? Ik denk dat zij zich juist veel meer bezighouden met andere meningen en visies dan een gemiddelde kerkganger. Alleen al doordat zij zich zowel in het hindoeïsme, het christendom en het boeddhisme interesseren, worden zij geconfronteerd met vele verschillende inzichten.
- Heeft Anton de Wit zo’n grenzeloos vertrouwen in de traditie, dat hij gelooft dat de confrontatie met de traditie een noodzakelijk goede uitwerking heeft? Ik denk dat je menig mens de brieven van Paulus 100 keer kunt voorhouden zonder dat ze het gaan geloven! En de grootste uitwerking die de “traditie” de afgelopen 50 jaar heeft gehad is dat velen de katholieke en protestantse kerk verlaten hebben. Openheid naar andere meningen is niet voorbehouden aan één traditie.
- Daarnaast worden er in de kerk veel bijbelgedeelten nooit voorgelezen. Ook de kerk zelf maakt een keuze uit haar traditie, een soort knutselspiritualiteit. Hooguit bieden de kloosters nog een uitvlucht, aangezien sommigen nog wel de bijbel in z’n geheel doorlezen. Maar juist bij bezoeken aan kloosters in Nederland merkte ik dat de monniken en nonnen een grote openheid naar interreligieusiteit hadden…! (Zie ook het lijstje met personen hieronder)
- En de gnostiek die volgens Anton de Wit is als een “klein clubje ingewijden die de volledige waarheid in pacht hebben” staat volgens mij tegenover de kerk die als “groot clubje de volledige waarheid in pacht hebben.” Als je de gnostici zo weg kunt zetten, dan lukt mij dat even gemakkelijk met de Rooms Katholieke kerk. Daar zit niet zoveel verschil tussen… Maar ik betwijfel of alle gnostici zo betweterig zijn als Anton de Wit doet voorkomen. Anton de Wit’s voorbeeld van de Katharen is erg lastig, omdat we eigenlijk alleen de Rooms Katholieke visie hebben. De Kathaarse geschriften zijn vernietigd. Het is alsof je over 1000 jaar je informatie over de islam ontleent aan de uitspraken van Geert Wilders. Het lijkt me trouwens beter voor Anton de Wit’s betoog om het blik met de Rooms Katholieke behandeling van “ketters” dicht te laten…

De zaligheid van niet-weten
Ik blijf er bij dat wij niet zo veel zeker weten, in de wetenschap niet, maar ook in het geloof niet. Ik moet denken aan deze “internetbumpersticker”:
![]()
“Fanatieke agnositici:
ik weet het niet en JIJ WEET HET OOK NIET!”
Wat dat betreft zit ik — op dit moment in mijn leven — dichter bij de houding van fanatieke agnostici dan van fanatieke gelovigen. Zolang ik me kan herinneren merk ik dat ik zoveel niet weet. En de laatste jaren begin ik steeds meer te beseffen dat mijn achtergrond, mijn karakter, mijn genen, mijn hormonen, mijn opleiding en mijn omgeving enorme invloed hebben en gehad hebben op wat ik denk en geloof.
Iedereen heeft een andere achtergrond etc. en komt dus tot andere gedachten en een ander leven. Tijdens mijn verblijf in Afrika, Azië en Europa heb ik ontmoetingen gehad met boeddhistische monniken, animistisch volksgeloof, evangelische christenen, pinkstergemeenten, zware gereformeerden en rooms katholieke kerken. Daar heb ik gezien hoe verschillend mensen denken en leven en hoe groot de verschillen zijn in cultuur en religie. Dat heeft er bij mij voor gezorgd dat ik snel relativeer en nuanceer.
Ik vind de stelligheid en uitgesprokenheid van Anton de Wit’s visie op de interreligieuze kerk ook niet een begaanbare weg voor de toekomst. Ik geloof meer in bescheidenheid. Ik probeer dan bescheiden te zijn en daartoe roep ik ook Anton de Wit op. Pittige taal over interreligie is best leuk, maar net als met gerechten kan het soms ook té pittig zijn.

———————
Enkele rooms katholieke schrijvers die zich intensief met andere godsdiensten hebben beziggehouden en er hele andere ideeën dan Anton de Wit op nahouden of nahielden:
- Thomas Merton
- Arnulf Camps
- Hugo Enomiya Lasalle
- William Johnston
- Anthony de Mello
- Dom Bede Griffiths
- Dom Aelred Graham
- Ruben L.F. Habito
- Matthew Fox
- Thomas Keating
Een EO-brief uit de hel (deel 1 – de brief)
De EO heeft een cabaretprogramma “Lopen over het Water” stopgezet vanwege zware protesten uit de conservatieve achterban. Ik ben daarop wat gaan zoeken en stuitte toen wonderlijk genoeg op deze brief van een hoofdduivel tegen zijn hulpduivel (met veel dank aan C.S. Lewis).
Beste Galsem,
De conservatieve christenen van Nederland hebben een heldendaad verricht. Zij hebben er door hun protesten voor gezorgd dat het EO-programma “Loopt een man over het water” werd stopgezet. Het was ook al heel gevaarlijk voor ons aan het worden. De uitgenodigde cabaretier Guido Weijers had zich al verdiept in het Marcus evangelie en had als atheïst een stap richting de EO en het geloof willen zetten (zie hier). Mensen hadden over Jezus gesproken en ze hadden die boodschap kunnen horen op een manier die ze begrijpen en waarderen. Wie weet welke gevolgen dat had kunnen hebben en wat een werk dat jou en mij als duivels had bezorgd?!
Gelukkig zijn daar dan de conservatieve christenen die met hulp van de EO leiding de interesse van Guido Weijers voor het christelijk geloof de kop in weten te drukken. Gelukkig dat zij hebben verhinderd dat er in Nederland over Jezus wordt gesproken. Gelukkig dat zij ervoor zorgen dat er nu in heel niet-christelijk Nederland om christenen kan worden gelachen als hyper-gevoelige mensen die bang zijn voor een andere mening. En dat zij tot en met de oudejaarsconference van Guido en jaren daarna een heel negatief beeld van het christelijk geloof hebben weten te promoten. Wat een doorbraak voor ons werk!
En heel knap, die conservatieve achterban van de EO hoeft daarvoor geeneens een enkele aflevering gezien te hebben. Zij hebben hun mening al gevormd op basis van veronderstellingen, een voorgevoel, vermoedens, een hoop roddel en een paar vooroordelen over cabaretiers zonder ook maar iets van de definitieve uitzending gezien te hebben!
Galsem, je hoeft deze keer niets te doen, want de EO leiding en de conservatieve christenen hebben er al voor gezorgd dat Jezus deze keer niet ter sprake komt. Nou ja, Hij komt wel ter sprake, maar dan op een manier waar wij van smullen! Een manier waarbij de vooroordelen over “christenen” en “cabaretiers” weer bevestigd worden. En je weet het, beste Galsem, vooroordelen zijn — zoals de Engelsen zeggen — ons (geroosterd) brood-en-boter.
je liefhebbende oom,
Schroefstrik (of zoals je Engelse collega’s zeggen: Screwtape)
In een volgend bericht geef ik mijn commentaar op deze schokkende brief.
Zij vrezen dat er met de naam van Jezus gespot zal worden en vinden dat heel erg. Ze hopen dat er respect zal zijn voor hun visie en gevoeligheden. Dat respect mist nogal eens in onze samenleving. Alles moet belachelijk gemaakt kunnen worden. Maar deze mensen vragen dan: is er dan niets meer heilig? En is het wel zo heilzaam om geen heiligheid meer te hebben? Zijn er geen grenzen? Dit zijn vragen waarover we in een samenleving met verschillende religies en levensbeschouwingen toch een begaanbare weg moeten vinden om samen verder te kunnen?
Ze hebben het afgelopen jaar al zoveel op hun dak gehad, dat ik vooral medelijden met de leiding heb. Het wordt ze niet makkelijk gemaakt. Maar blijkbaar woedt er ook een grote onderlinge strijd in de EO achterban. Ik hoor (kan het niet verifiëren) dat wel 2000 EO leden hun lidmaatschap hebben opgezegd vanwege dit programma. (Dan blijven er trouwens nog zo’n 400.000 over?)
(Hieronder versta ik dan ook de betrokken cabaretiers zelf.) Al deze mensen hebben nu stof genoeg om het christelijk geloof af te serveren. “Een bekrompen groepje dat niet tegen een andere mening kan en oordeelt op basis van iets dat ze niet gezien hebben.” Ze worden bevestigd in hun vooroordeel.
De conservatieve christenen van Nederland hebben een heldendaad verricht. Zij hebben er door hun protesten voor gezorgd dat het EO-programma “Loopt een man over het water” werd stopgezet. Het was ook al heel gevaarlijk voor ons aan het worden. De uitgenodigde cabaretier Guido Weijers had zich al verdiept in het Marcus evangelie en had als atheïst een stap richting de EO en het geloof willen zetten (zie 
