Archive for augustus 2009
Niet-weten is Gods zegen
Het gedicht ‘In waansin het ek gevra’ van de Zuid Afrikaanse dichter N.P. van Wyk Louw houdt mij nu al een paar jaar bezig. In mijn jeugd heb ik het meerdere malen gelezen, maar het bleef toen niet hangen. Ik was er nog niet aan toe?
Ik ben vorig jaar bezig geweest om honderden Zuid Afrikaanse gedichten in het Nederlands te vertalen of vertalingen te zoeken en toen kwam ik dit gedicht weer tegen. Het sloeg in als een bom! Wat een herkenning van de vragen waar ik mee bezig was (en ben). Alle wetenschappelijke kennis die ik meende te moeten vergaren, alle gedachten en ideeën over God en de wereld die mij vulden, daar wist Van Wyk Louw precies de vinger op te leggen.
De gedichten van deze diepe denker en twijfelaar in het veelal streng gereformeerde (christelijke) Zuid Afrika van zijn tijd zijn nu juweeltjes voor me geworden. Ze verwoorden wat ik ten diepste voel en helpen me om er ook weer woorden voor te vinden. Het onderstaande gedicht doet dat voor mij op magistrale wijze.
Dit is nu mijn weg geworden: niet meer boven God willen staan, in mijn drang om alles te weten en te begrijpen, maar mijn ‘Weten’ kapot scheuren, reizen zonder einde, zoeken zonder te vinden. Want om God te ‘vinden’ – vast te leggen, hem te (be)grijpen, dat is de vloek van God, maar om hem te zoeken, dat is Gods zegen!
——————
In waansin het ek gevra
(Uit de bundel: Alleenspraak, 1935)
Herr du mein Gott, was gehen mich die
Gesetze der Natur und Arithmetik an?In waansin het ‘k gevra, o God
vir my die vrede van die ster,
om bo die berge stil te woon,
die wêreld onder dof en ver.Ek wou U Liggaam sien en gryp,
ek wou die see vang in my net;
ek wou U Mag vang, vang en bind
met die koperkettings van my wet.Dan wou ek self in glorie troon,
my hof by winde en sterre hou;
ek wou met ewig-stille oë
op U en op U knegskap skou.Vergeef die wilde dwase bee —
o God, hoe kon ek wyser wees?
Maar, moet U vlam my voorkop kroon,
ek neem die glorie en die vrees!Vir my nie meer die dwase rus
van mense en van dag en jaar,
vir my die vlamme van U wa,
en oë wat in vertes staar.Vir my die kruis en doringkroon,
die reise wat geen einde het,
vir my die soek wat nimmer vind,
vir my die sterre sonder wet.o God, vir my die wilde sin,
die oë wat hul waansin noem,
om wat ondenkbaar is, te dink,
en wat onmoontlik is, begin.Ek sal ons Wete stukkend skeur
en uitstrooi tussen sterre en maan!
Sal ek met so ’n flenterkleed
U weë, o God, U weë gaan?So sal ‘k met naakte liggaam stap
die reis van hierdie wonderlewe,
met wonderoë in die lig
wat om my van U wonder bewe.Daar is één heerlikheid: U sien;
daar is één rus: om U te soek;
om nie te weet – dit is U seën;
en om te vind – dit is U vloek.
Vertaling ‘In waanzin heb ik gevraagd’
Heer, mijn God, wat heb ik te maken met
de wetten van de natuur en de rekenkunde?
In waanzin heb ik gevraagd, o God,
voor mij de vrede van de ster,
om boven de bergen stil te wonen,
de wereld onder dof en ver.
Ik wilde Uw lichaam zien en grijpen,
ik wilde de zee vangen in mijn net;
ik wilde Uw macht vangen, vangen en binden
met de koperen kettingen van mijn wet.
Dan wilde ik zelf in glorie tronen,
hof houden bij winden en bij sterren;
ik wilde met eeuwig-stille ogen
op U en op Uw knechtschap zien.
vergeef die wilde en dwaze bede —
o God, hoe kon ik wijzer zijn?
Maar, moet Uw vlam mijn voorhoofd kronen,
ik neem de glorie en de angst!
Voor mij niet meer de dwaze rust
van mensen en van dag en jaar,
voor mij de vlammen van Uw wagen,
en ogen die in verten staren.
Voor mij het kruis en de doornenkroon,
de reizen die geen einde hebben,
voor mij het zoeken dat nooit vindt,
voor mij de sterren zonder wet.
O God, voor mij de wilde zin,
de ogen die hun waanzin laten zien,
om wat ondenkbaar is te denken,
en wat onmogelijk is te beginnen.
Ik zal ons Weten aan stukken scheuren
en uitstrooien tussen sterren en maan!
Zal ik met zo’n haveloos kleed
Uw wegen, o God, Uw wegen gaan?
Zo zal ik met een lichaam naakt
de reis door dit wonderleven maken,
met wonderogen in het licht
dat om mij heen van Uw Wonder beeft.
Er is één heerlijkheid: U zien;
er is één rust: U zoeken;
om niet te weten – dat is Uw zegen;
en om te vinden – dat is Uw vloek.
(vertaling Adriaan van Dis en Robert Dorsman, uit hun boek: O wye en droewe land: Honderd-en-een gedichten in het Afrikaans, Meulenhoff – Amsterdam, 1998. (Van harte aanbevolen!))
——————
Meer info:
- Kort Wikipedia artikel over N.P. van Wyk Louw
- Afrikaanstalig artikel van Ena Jansen over Van Wyk Louw in Die Burger
- Kort Engelstalig stukje in een groter artikel over Zuid Afrikaanse literatuur in de Encyclopaedia Brittanica
Harrie Jekkers over de anti-rokers lobby
Harrie Jekkers legt haarfijn uit hoe het zit met de anti-rokers fanatici (inclusief de ‘kindsoldaten’).
Met o.a.:
- De perikelen rond rook-vrije feestjes
- Rokertje kijken op de Hoge Veluwe
- “De sigaret uit, de pijp uit”
- Rokers als degenen die voor de oudedagsvoorziening van anderen zorgen.
- Loszittende pleisters
- Tips voor goede dreigementen tegen anti-rokertjes met een computer.
De Ark in de Arke – een muurschildering
Met Griet Postema, Elias van der Sloot en de kunstschilder en grote drijfveer achter dit project, Joop Bouma, heb ik begin augustus een muur van het verbouwde kerkgebouw van de Protestantse Gemeente in Drachten beschilderd. Het betreft het gebouw van de wijkgemeente met de toepasselijke naam ‘De Arke’. Na drie eerdere muurschilderingen in m’n eentje was dit heel leerzaam, vooral met een goede leraar en getalenteerde kunstschilder als Joop. Het was erg leuk om te doen en gewoon gezellig. Hopelijk genieten de kinderen van de oppas er ook van…
Hieronder een paar foto’s. Ik hoop als update nog een foto toe te voegen van het muisje boven op de olifant, die ik aan het einde speciaal voor mijn kinderen geschilderd heb.

'mijn' pinguïn

Kijk, zo hoort het: geknield in de kerk! -- Joop (r) en ik bezig met de schildering die hier iets over de helft is
En een overzicht van het eindresultaat:


——————-
Tip:
- Zie ook de site van Joop Bouma: Kwartziet
Verschillen mensen wel van dieren?
Het artikel The thief in the mirror (de dief in de spiegel) zette me weer eens aan het denken over de verschillen tussen mens en dier. Zijn mens en dier essentieel verschillend of denken we dat, omdat we teveel van onszelf uit gaan? In dit artikel schrijft de filosofische bioloog Frans de Waal over eksters, zelfherkenning en inlevingsvermogen. Het is opnieuw een boeiend artikel van deze bioloog. Hierbij een vertaling en samenvatting van het artikel met daarachter in het kort mijn gedachten en enkele verwijzingen.
Zijn eksters alleen dieven en plunderaars?
De Waal vertelt over de ekster (Pica pica). Die heeft een slechte reputatie. Niet alleen stelen ze alle glinsterende voorwerpen (weg is je mooie theelepeltje), maar ze willen ook wel eens de nesten van onschuldige zangvogels plunderen… Je kunt ze gerust beschuldigen van diefstal en plundering.
Maar je kunt ze niet beschuldigen van domheid. Het voorste deel van hun hersenen is uitzonderlijk groot en ze zijn daardoor creatief en innovatief.
Recent is deze vogelsoort ook aan een aanval begonnen op onze gevestigde ideeën over vogels, dieren en de mens. Zijn zoogdieren nog wel de top van de evolutie? Deze vogels laten namelijk zien dat ze op een creatieve manier gereedschap gebruiken, een visueel perspectief hebben en vooruit kunnen denken.
Het enige punt waarop ze achterbleven was dat ze zichzelf niet herkenden in een spiegel. Deze eigenschap wordt alleen gevonden in een handjevol zoogdieren met grote hersenen en is voor velen de basis van een besef van zelf of persoon-zijn. Gordon Gallup ontwikkelde zo’n 40 jaar geleden een spiegel-vlek-test. Een stipje wordt aangebracht op een deel van het lichaam dat het dier alleen via een spiegel kan zien. De test stelt dan vast of het dier de spiegel gebruikt om het stipje op zijn eigen lichaam te inspecteren, bijvoorbeeld door het aan te raken of over de plek te wrijven. De meeste dieren en vogels zien het stipje in de spiegelbeschouwen hun spiegelbeeld als een ander dier en denken dus dat het stipje niet hun probleem is, maar het probleem van de ander. Heel weinig soorten slagen voor de spiegel-herkenningstest (mirror self-recognition of ‘MSR‘). Naast mensen zijn alleen de vier grote soorten aap (bonobo’s, chimpansees, orang oetans en gorillas), de tuimelaar-dolfijn en de Aziatische olifant geslaagd voor deze test.
Jezelf herkennen in een spiegel is iets bijzonders
MSR wordt wel gezien als een belangrijke grens die dieren met een zelfbewustzijn scheidt van dieren die dat niet hebben. Er is wel kritiek op deze test, maar het blijft volgens De Waal de gouden standaard van zelfbewustzijn.
Nu hebben Helmut Prior en medewerkers van de Ruhr Universiteit in Bochum, Duitsland, een zeer degelijk onderzoek over eksters gepubliceerd. Daaruit bleek dat eksters wel degelijk de spiegel gebruikten om de vlek op hun veren weg te krijgen.
Uit evolutionair standpunt is MSR niet erg interessant, want andere dieren overleven prima zonder deze vorm van zelfbewustzijn. Deze test is vooral belangrijk, omdat het ons duidelijk maakt hoe dieren en vogels zichzelf zien in relatie tot hun omgeving en hun mede-dieren. Vooral de cognitieve of kennis aspecten van de MSR test zijn erg interessant.
Bewijs van zelfherkenning en zelfbewustzijn via MSR zou verband houden met vergevorderde sociale relaties, waaronder de mogelijkheid om de wereld te bekijken vanuit het gezichtspunt van iemand anders. Recent is er nog een verband gelegd tussen deze zelfherkenning en invoelingsvermogen. Hogere niveau’s van inlevingsvermogen zorgen er voor dat individuen zich voor kunnen stellen hoe iets voor een ander is.
Bij de menselijke ontwikkeling is er een sterk verband tussen zelfherkenning in een MSR test en het bewust worden van het eigen perspectief. In de toekomst kan dit nog door hersenonderzoek bevestigd worden. Als hetzelfde deel van de hersenen gebruikt wordt om zichzelf in de spiegel te herkennen alsook om met andere mee te leven en vanuit hun perspectief naar de zaak te kijken, dan wordt het belang van de MSR-spiegeltest alleen maar groter.
Eksters als vogels die zich in anderen kunnen verplaatsen
Wat heeft dit met eksters te maken? Het kunnen verplaatsen in het perspectief van anderen kon wel eens van groot belang zijn voor een vogelsoort dat de nesten van anderen plundert en van mensen steelt. Eksters bouwen wel eens voor een voorraad op en plunderen ook elkaars voorraad. Om een dief te herkennen, moet je zelf een dief zijn. Ze gaan er van uit dat wat zij doen ook door anderen gedaan wordt en baseren daar hun eigen gedrag op. Ook al gebruiken zij hun zelfbewustzijn niet om anderen te helpen, maar om de anderen juist voor te zijn, het lijkt er op dat zij zich in anderen kunnen verplaatsen. Hun gedrag suggereert dat zij onderscheid aanbrengen tussen zichzelf en de ander.
Er is nog veel meer onderzoek nodig, maar het biedt perspectief dat er een verband kan zijn tussen het zichzelf herkennen in een spiegel en het inleven in het perspectief van een ander.
Bron: PLoS Biology | www.plosbiology.org 1621 August 2008 | Volume 6 | Issue 8 | e201 | The thief in the mirror by Frans B.M. de Waal
——————————
Enkele gedachten bij dit artikel
De mens is een wezen dat bewust is van zichzelf, dat zich kan inleven in een ander en mee kan leven met een ander. Zo voeden we onze kinderen op en zo hoort een mens te zijn. Of is het zelfs een essentiële eigenschap van volwaardig mens zijn? Een mens als een zoogdier met inlevingsvermogen.
Maar wat dan van kinderen die zichzelf nog niet in de spiegel herkennen? Zij denken dat zij iemand anders zien. Pas bij ongeveer 18 maanden slagen ook kleine kinderen voor de MSR spiegeltest.
En nog weer later kunnen ze zich echt ten volle verplaatsen in een ander. Een eenvoudige, maar zeer boeiende test laat dat zien: neem twee poppen (dat zijn de mensen) en twee bakjes met elk een zakdoekje eroverheen. Laat een kind meekijken als je één van de poppen een klein voorwerp zoals een knikker (wat ook maar in het bakje past) geeft. Die pop stopt de knikker in één van de bakjes, doet de zakdoek erover en gaat weg. De andere pop haalt dan stiekem de knikker uit dat bakje en verstopt het in het tweede bakje en legt de zakdoek daar overheen. Dan komt de eerste pop weer terug. Vraag aan het kind in welk bakje die teruggekeerde pop gaat kijken om de knikker te pakken.
Hier komt het bijzondere moment. Een kind van drie jaar zal zeggen: “in het tweede bakje” (want daar zit de knikker). Maar kinderen van ongeveer 4 jaar en ouder zullen zeggen: “De pop die even weg was zal in het eerste bakje kijken” (want daar heeft ze de knikker het laatst gezien).
Het vergt inlevingsvermogen in de pop die wegging en terugkwam om te bedenken dat die in het eerste bakje zal kijken.
Dit wonderlijke experiment heb ik een keer bij mijn kinderen geprobeerd. Het klopte precies. De jongste van (toen) 2 of 3 jaar dacht dat de teruggekeerde pop in het tweede bakje zou kijken, de oudste in het eerste bakje.
Meeleven, inlevingsvermogen en perspectief zijn zaken die in het gewone leven zó kenmerkend zijn voor mensen, dat het verrassend is als kleine kinderen dat nog niet kunnen en eksters wel.
Ook in het christelijk geloof hoort de mens gewoon bij de schepping. In die zin verschillen wij niet zoveel met een grassprietje, een krekel of een ekster. We zijn allemaal geschapen, we zijn allemaal tijdelijk en kwetsbaar.
Maar wat dan van kleine kinderen die nog niet zichzelf herkennen en meer lijken op een dier dan op een mens? En als je kijkt naar een mens in zijn vroegste vormen: een klein, vreemd, weerloos wezentje. Wordt het er daarna echt beter op? Blijven we niet klein, vreemd en weerloos – net als de dieren? Zijn de verschillen tussen dieren, vogels en mensen dan wel zo groot? En welke gevolgen heeft dit voor ons mensbeeld? En voor onze omgang met dieren?
——————————
Interessante links en filmpjes
Op YouTube is een filmpje te zien van een ekster die niet geslaagd is voor de test — hij valt zichzelf aan in de spiegel! Kijk hier: Magpie Attacks its own Mirror Reflection.
In de psychoanalytische richting binnen de psychologie is diepgaand nagedacht over spiegels en bewustzijn. Hier een interessant engelstalig Wikipedia artikel: Mirror stage.
Hieronder een filmpje van de onderzoekers van de Ruhr universiteit met korte uitleg van hun test.
Wat is er mis met interreligieusiteit? – een discussie met Anton de Wit (2)

Anton de Wit
Ik vind het een hele eer dat Anton de Wit, wiens blog ik al tijden volg, die meerdere boeken heeft geschreven en zeer belezen is, op een stukje van mij heeft gereageerd. En dan ook nog zo uitgebreid!
Het begon allemaal met een bericht over Joan Elkerbout die een interreligieuze (interfaith) kerk wilde beginnen waar plaats is voor alle godsdiensten. In het artikel Tien bezwaren tegen de interreligie - bleek heel duidelijk dat Anton de Wit die kerk — zacht gezegd — niet zo’n zinnig idee vond. Maar ik vond zijn argumenten niet zo zinnig en heb daar aandacht aan besteed in een artikel Wat is er mis met interreligieusiteit? – een discussie met Anton de Wit. Hij reageerde daar weer op.
Ik kan het nu met hem eens worden, maar dan hebben we beide ongelijk…
Daarom ga ik er nog verder op in.
Waarom is dit belangrijk?
Ik vind het waardevol om tijd aan dit onderwerp te besteden, omdat ik geloof dat dit onderwerp van het grootste belang is voor de toekomst van ons land en onze wereld. Hoe gaan we met elkaar om? Hoe gaan we met elkaars religies om? Kiezen we de weg van afsluiting en afstoting, verkettering en strijd? Of proberen we open te zijn en van elkaar te leren? Bij Anton de Wit proef ik iets van het eerste, bij de interreligieuze kerk het tweede.
Het is maar een proeverij van mij, ik heb het hele gerecht niet gegeten en er zal verschil van smaak zijn… Dus ook bij mijn opmerkingen moet nog een korreltje zout. Maar er komt niets op tafel als je niet ergens begint, dus ik duik de keuken van deze discussie in en ga roeren in een aantal belangwekkende punten.
Religies vergelijken: mag dat?

Joan Elkerbout
Ik vergeleek de verschillende godsdiensten in de interreligieuze kerk met allerlei soorten sport. De één zit bij voetbal, de ander houdt van hockey, allemaal doen ze aan sport (religie). Het is nu meestal zo dat er gezegd wordt dat “voetbal” (bijv. hindoeïsme) geen echte sport is, maar alleen onze eigen handballers (de christelijke godsdienst). Zo zegt Joan Elkerbout eigenlijk dat iedereen aan sport (religie) doet. Er zullen in die interreligieuze kerk mensen zijn die het meer in de stilte (schaken) en anderen meer in de daden (volleybal) zoeken.
Anton de Wit vindt dit argument juist zijn positie sterker maken. Hij vindt dat je de religies niet met elkaar kunt vergelijken en vraagt zich af welke sport ze dan beoefenen?
Maar waarom kun je religies niet vergelijken? Elke religie en levensbeschouwing geeft invulling aan het leven, biedt een weg naar de zin van het leven, een weg naar iets wat het dagelijkse leven en de dood overstijgt en laat in de volgelingen zien welk effect het heeft. Daarin zijn ze zeker wel te vergelijken (pace Chesterton). In de praktijk gebeurt het ook. Vele voormalige katholieken en protestanten horen van andere mogelijkheden, wegen de opties tegen elkaar af en kiezen nu voor een agnostisch en postmodern leven en geloof. En G.K. Chesterton doet het zelf ook door de God van de Aboriginals te vergelijken — zelfs te vereenzelvigen — met de God van de christenen.
De Rooms Katholieke Kerk als onvergelijkbaar neerzetten (zoals Anton de Wit in navolging van Chesterton doet) is terecht. Er is geen kerk precies zoals de Rooms Katholieke. Maar aan de andere kant is het ook niet terecht. Er zijn toch ook Oosters-Orthodoxe en Protestantse kerken? En hoewel ze verschillen, kun je die toch allemaal ‘kerk’ noemen? En hetzelfde met religie. Er zijn er vele en ze verschillen enorm, maar ze beoefenen allemaal hun religie. Het specifieke sluit het algemene niet uit.
Anton de Wit’s argument lijkt een beetje op die oude reclame van Heinz waarin de mensen tegen elkaar zeggen: is er een andere ketchup dan? Natuurlijk, Heinz ketchup heeft een unieke smaak, maar er zijn echt nog meerdere soorten ketchup. Zo is Joan Elkerbout’s “sportclub” met verschillende soorten “sporten”, nog steeds een sportclub. Ze beoefenen ‘sport’.
Een suggestie aan Anton de Wit: ga eens naar zo’n grote sportschool of sportclub en vraag welke sport ze daar beoefenen. Als ze dan zeggen ‘vele soorten sport’ zeg dan, nee, jullie moeten toch één soort sport beoefenen? Kijk dan eens hoe ze je aankijken. Zo kijk ik ook bij jouw kritiek op mijn sport-vergelijking.
Iedereen knutselt er op los
Anton de Wit is helaas niet ingegaan op een voor mij belangrijk punt. Als hij de “knutselspiritualiteit” van de interreligieuzen onzinnig vindt, stel ik daar tegenover dat zijn spiritualiteit ook bij elkaar geknutseld is. Ons christelijk geloof, zoals wij dat vandaag in Nederland geloven en beleven, heeft grote invloed ondergaan van de germaanse godsdienst, het griekse denken en vele filosofische stromingen van de laatste eeuwen. Elke gelovige heeft dus al een geknutselde spiritualiteit. En met het aanbod dat wij krijgen van ouders, school en televisie stelt elke Nederlander (onbewust) wat samen uit allerlei stromingen.
Daarom geloof ik niet dat
iemand er zeker van kan zijn dat hij of zij de ware versie van het geloof heeft. De meeste mensen staan daar sowieso nooit bij stil. De door mij opgevoerde “gewone gelovigen” Gert en Mies ook niet. Zij mogen volgens Anton de Wit dan wel “midden in de traditie staan”, maar welke traditie bedoelt hij dan? De Rooms Katholieke traditie als een eenduidige traditie beschouwen is theoretisch wel leuk, maar praktisch een droombeeld. De eenheid is ver te zoeken — de Dominicanen in Zwolle zijn echt wel anders bezig dan de paus zelf. Trouwens, die Dominicanen lijken meer op Joan Elkerbout’s interreligieuze kerk dan op de Rooms Katholieke kerk die Anton de Wit ons in zijn artikel voorspiegelt. Dé kerkelijke traditie is niet aan te wijzen. Als het zo duidelijk is wat de traditie inhoudt, hoe kan Anton de Wit ons dan zo’n brede katholieke kerk voorschotelen in zijn ‘K-factor’ test ?
Mijn verwijzing naar het geloof van Gert en Mies, die zich helemaal niet bewust zijn van alle invloeden op hun traditie, bedoelde ik niet paternalistisch, maar als constatering. Ik houd me erg bezig met deze vragen over religie en culturele invloeden, maar anderen echt niet. Daar zijn ze geen stuiver minder waard om. Integendeel: gewoon leven is misschien wel een grote wijsheid?
Maar in een samenleving waarin informatie over allerlei godsdiensten en visies snel en makkelijk te vinden is, wordt het steeds moeilijker om de grenzen van een “zuiver geloof” te bewaken. Dat ondervonden de missionarissen en zendelingen van vroegere eeuwen ook al. In het contact met andere religies raakten zij onder de indruk van de wijsheid, gedachten en levensstijl van de mensen die zij ontmoetten. En bewust of onbewust kwamen zij onder invloed van de lokale cultuur en religieuze gedachten. Het is niet voor niets dat de kerk er heel anders uit ziet in Afrika, dan in Zuid Amerika, Azië of in Nederland. Er is nou eenmaal invloed van de omgeving en wij kunnen onszelf niet volledig afsluiten.
Een interreligieuze kerk met harde termen afserveren op hun spiritualiteit, alsof wij de waarheid in pacht hebben en niet zelf ook knutselen, daar pas ik dus voor.
De kleuren zwart en wit zijn onmenselijk
Anton de Wit zegt:
Het valt me op dat mensen die, zoals Peter, grijstinten graag tegenover zwart-witdenken plaatsen, soms lijken te vergeten dat zwart en wit wel degelijk reëel bestaande kleuren zijn. Zonder zwart en wit zou er überhaupt geen grijs bestaan. En de theorie van de interreligie is gewoon volledig zwart, er is niks grijs aan. Of misschien kan ik beter zeggen dat de interreligie juist volledig grijs is, en het bestaan van zwart en wit niet tolereren kan.
Het kleurenspectrum erbij halen als ik zeg dat wij niet zo zwart wit moeten denken, is overgaan van de ene betekenis naar de andere. Met zwart en wit bedoelde ik geen kleuren, maar stelligheid en “zeker weten”. Natuurlijk bestaan de kleuren zwart en wit en zijn ze nodig voor grijs, maar mijn punt is of er 100% zekere kennis van “God”, “het geloof”, “de traditie”, de “waarheid” is ? Wie gaat mij dat omschrijven? Hans Küng (de dissidente en geniale theoloog), Richard Dawkins (de fanatieke atheïst), Karl Barth (de protestantse ‘kerkvader’ van de 20e eeuw), de Dalai Lama of paus Benedictus XVI?
Ik geloof dat zwart en wit aan God zijn voorbehouden, niet aan mensen. En een kerk of groepering “volledig zwart” noemen is de plaats van God innemen. De oerzonde, zo je het wilt, waar volgens het verhaal de duivel Eva en Adam toe verleid heeft. Dan is de orthodoxie niet zo voorzichtig en tolerant meer, zoals Anton de Wit ons doet voorspiegelen. Als hij bij een ander punt de religieuze stroming van de Katharen aanhaalt als ketters, dan weten velen dat die orthodoxie toen vooral onvoorzichtig en intolerant was… En de woorden die Anton de Wit in zijn argumenten gebruikt, dragen aan de onvoorzichtigheid en intolerantie bij.
Tradities en openheid
Maar, zegt Anton de Wit, anders dan een ‘knutselspiritualiteit’ zorgt een traditie er voor dat we geconfronteerd worden met dingen waar we het niet mee eens zijn.
Ik kan, ik noem maar wat, moeite hebben met bepaalde passages uit de brieven van Paulus, maar op gezette tijden worden die passages toch voorgelezen in de kerk. Of ik dat nu leuk vind of niet. Ik zie dat als een groot voordeel, ook om niet op eigengereide dwaalwegen te verdwalen. Steeds opnieuw moet ik me toch weer tot elementen uit de traditie verhouden, waardoor mijn eigen gemakkelijke gelijk bevraagd blijft worden, en ik gedwongen wordt steeds op een nieuwe manier naar zaken te kijken. In een knutselspiritualiteit is die voortdurende confrontatie en herbezinning niet noodzakelijk aanwezig, eerder niet dan wel.
En even verderop:
Ik vind de visie die Peter naar voren brengt heel behartigenswaardig. Noem het maar ‘agnostiek’: de intuïtie dat je als mens beperkt bent in je begrip van de grote waarheden, en dat je daarom bescheiden moet zijn, en ook open moet staan voor andere visies, enzovoort. Maar welbeschouwd tref ik die houding of intuïtie helemaal niet aan bij de interreligie. Die riekt veel meer naar de tegenovergestelde positie: de gnostiek, die zich het best laat omschrijven als de arrogante aanname dat jij en jouw kleine clubje ‘ingewijden’ de volledige waarheid in pacht hebben.
Ik denk dat hij gelijk heeft wat betreft de stelligheid van veel gnostici en new agers. Daarmee brengt hij een goede nuancering in mijn betoog aan. Deze ‘zachte gelovigen’ doen ook harde en stellige uitspraken, net zoals degene die zij verfoeien.
Maar geldt het ook voor Joan Elkerbout? Ik weet niet of Anton de Wit zich verdiept heeft in haar visie, maar als je op de site Vrouwen in de Media het profiel van Joan Elkerbout bekijkt, komt het op mij niet erg stellig over. Ik proef er geen “wij-kennen-de-volledige-waarheid” houding.
Kan een mening van Anton de Wit er ook naast zitten?
Er is meer aan de hand in bovengenoemde uitspraken van Anton de Wit:
- Hoe weet hij dat confrontatie en herbezinning niet noodzakelijk aanwezig zijn in de interreligieusiteit? Zijn gnostici goedgelovige mensen? Houden interreligieuzen zich niet bezig met andere meningen? Ik denk dat zij zich juist veel meer bezighouden met andere meningen en visies dan een gemiddelde kerkganger. Alleen al doordat zij zich zowel in het hindoeïsme, het christendom en het boeddhisme interesseren, worden zij geconfronteerd met vele verschillende inzichten.
- Heeft Anton de Wit zo’n grenzeloos vertrouwen in de traditie, dat hij gelooft dat de confrontatie met de traditie een noodzakelijk goede uitwerking heeft? Ik denk dat je menig mens de brieven van Paulus 100 keer kunt voorhouden zonder dat ze het gaan geloven! En de grootste uitwerking die de “traditie” de afgelopen 50 jaar heeft gehad is dat velen de katholieke en protestantse kerk verlaten hebben. Openheid naar andere meningen is niet voorbehouden aan één traditie.
- Daarnaast worden er in de kerk veel bijbelgedeelten nooit voorgelezen. Ook de kerk zelf maakt een keuze uit haar traditie, een soort knutselspiritualiteit. Hooguit bieden de kloosters nog een uitvlucht, aangezien sommigen nog wel de bijbel in z’n geheel doorlezen. Maar juist bij bezoeken aan kloosters in Nederland merkte ik dat de monniken en nonnen een grote openheid naar interreligieusiteit hadden…! (Zie ook het lijstje met personen hieronder)
- En de gnostiek die volgens Anton de Wit is als een “klein clubje ingewijden die de volledige waarheid in pacht hebben” staat volgens mij tegenover de kerk die als “groot clubje de volledige waarheid in pacht hebben.” Als je de gnostici zo weg kunt zetten, dan lukt mij dat even gemakkelijk met de Rooms Katholieke kerk. Daar zit niet zoveel verschil tussen… Maar ik betwijfel of alle gnostici zo betweterig zijn als Anton de Wit doet voorkomen. Anton de Wit’s voorbeeld van de Katharen is erg lastig, omdat we eigenlijk alleen de Rooms Katholieke visie hebben. De Kathaarse geschriften zijn vernietigd. Het is alsof je over 1000 jaar je informatie over de islam ontleent aan de uitspraken van Geert Wilders. Het lijkt me trouwens beter voor Anton de Wit’s betoog om het blik met de Rooms Katholieke behandeling van “ketters” dicht te laten…

De zaligheid van niet-weten
Ik blijf er bij dat wij niet zo veel zeker weten, in de wetenschap niet, maar ook in het geloof niet. Ik moet denken aan deze “internetbumpersticker”:
![]()
“Fanatieke agnositici:
ik weet het niet en JIJ WEET HET OOK NIET!”
Wat dat betreft zit ik — op dit moment in mijn leven — dichter bij de houding van fanatieke agnostici dan van fanatieke gelovigen. Zolang ik me kan herinneren merk ik dat ik zoveel niet weet. En de laatste jaren begin ik steeds meer te beseffen dat mijn achtergrond, mijn karakter, mijn genen, mijn hormonen, mijn opleiding en mijn omgeving enorme invloed hebben en gehad hebben op wat ik denk en geloof.
Iedereen heeft een andere achtergrond etc. en komt dus tot andere gedachten en een ander leven. Tijdens mijn verblijf in Afrika, Azië en Europa heb ik ontmoetingen gehad met boeddhistische monniken, animistisch volksgeloof, evangelische christenen, pinkstergemeenten, zware gereformeerden en rooms katholieke kerken. Daar heb ik gezien hoe verschillend mensen denken en leven en hoe groot de verschillen zijn in cultuur en religie. Dat heeft er bij mij voor gezorgd dat ik snel relativeer en nuanceer.
Ik vind de stelligheid en uitgesprokenheid van Anton de Wit’s visie op de interreligieuze kerk ook niet een begaanbare weg voor de toekomst. Ik geloof meer in bescheidenheid. Ik probeer dan bescheiden te zijn en daartoe roep ik ook Anton de Wit op. Pittige taal over interreligie is best leuk, maar net als met gerechten kan het soms ook té pittig zijn.

———————
Enkele rooms katholieke schrijvers die zich intensief met andere godsdiensten hebben beziggehouden en er hele andere ideeën dan Anton de Wit op nahouden of nahielden:
- Thomas Merton
- Arnulf Camps
- Hugo Enomiya Lasalle
- William Johnston
- Anthony de Mello
- Dom Bede Griffiths
- Dom Aelred Graham
- Ruben L.F. Habito
- Matthew Fox
- Thomas Keating
Een EO-brief uit de hel (deel 2 – mijn commentaar)
In een vorig bericht heb ik verteld dat ik een bijzondere brief heb gevonden. Het is van een hoofdduivel en gericht aan een hulpduivel en gaat over het stopzetten van het EO-cabaretprogramma “Loopt een man over het water”. Hierbij mijn commentaar op die brief.
Allereerst, duivels moet je natuurlijk niet helemaal geloven. Waarheid en leugens worden vermengd. Maar daardoor zit er dus ook altijd iets van waarheid in. Deze actie van de EO en de conservatieve achterban doet in ieder geval het vuur oplaaien. Een aantal groepen mensen spelen een brandbare rol in dit geheel en die rollen komen ter sprake in de ‘EO-brief uit de hel’. Daarom geef ik mijn commentaar bij deze kwestie en neem ik die brief wel serieus.
Of het allemaal wijsheid is wat ik hieronder schrijf, valt te betwijfelen. Maar deze kwestie raakt me wel, omdat het gaat om het gesprek over Jezus in onze samenleving. Zowel Jezus als onze samenleving zijn me heel dierbaar en het gesprek over deze twee vind ik erg belangrijk. Misschien ben je het met me eens op sommige punten, misschien ook niet. Ik hoop vooral dat ik alle rollen goed weergeef.
- De conservatieve christenen
Zij vrezen dat er met de naam van Jezus gespot zal worden en vinden dat heel erg. Ze hopen dat er respect zal zijn voor hun visie en gevoeligheden. Dat respect mist nogal eens in onze samenleving. Alles moet belachelijk gemaakt kunnen worden. Maar deze mensen vragen dan: is er dan niets meer heilig? En is het wel zo heilzaam om geen heiligheid meer te hebben? Zijn er geen grenzen? Dit zijn vragen waarover we in een samenleving met verschillende religies en levensbeschouwingen toch een begaanbare weg moeten vinden om samen verder te kunnen?
Erg lastig is wel dat deze groep conservatieven een keihard oordeel geeft over iets dat ze niet gezien hebben en waarvan ze alleen maar veronderstellen dat het spottend, grof en godslasterlijk zal zijn. Misschien zouden ze gelijk hebben gekregen, maar misschien ook niet. En blijkbaar verwachten ze dat de EO programma’s zal maken die spotten met Jezus, grof en godslasterlijk zijn… ??!! Wat voor beeld en verwachtingspatroon hebben die mensen van de EO?
Maar er zit nog een belangrijke vraag onder dit snelle oordeel van deze groep christenen: als we als samenleving mensen gaan beoordelen op wat we veronderstellen of vermoeden dat ze gaan doen, wordt het dan niet compleet onleefbaar? Met uitspraken als: “Ik vermoedde dat die vrouw me zou gaan bestelen” of “Ik veronderstelde dat die man een crimineel was” kom je niet ver in de rechtszaal. Voor de rechters maak je jezelf daarmee belachelijk.
Het lijkt me beter om iets te beoordelen als het er is, toch?
Het getuigt van een enorm vooroordeel dat mensen al van alles kunnen roepen over dit programma zonder dat ze het gezien hebben. Of keuren ze het ook goed dat ongelovigen de inhoud van de bijbel bekritiseren zonder de bijbel gelezen te hebben? Of mogen we iemand veroordelen op basis van een misdaad die hij of zij mogelijk zou kunnen doen? Zet dan iedereen maar gelijk vast, toch?
Ik schrik er ook behoorlijk van – en het doet me ook verdriet – dat de groep christenen, die blij zijn dat het programma niet doorgaat, bijna alleen maar reageren met opluchting. Ze zeggen niets over hoe jammer het is dat er nu niet over Jezus gesproken zal worden! Ze zeggen niets over de negatieve publiciteit voor het christelijk geloof die dit veroorzaakt. Raakt hen dat niet? Vinden ze het niet belangrijk dat Jezus ter sprake komt in de Nederlandse samenleving? Misschien vinden ze dat wel, ok, maar ze zeggen het niet! Ze zeggen alleen maar dat ze blij zijn dat het niet doorgaat! En meer dan die woorden hebben we niet. De reacties van deze christenen op sites als Goedgelovig en het Nederlands Dagblad spreken boekdelen.
Een gelovige voor wie het gesprek over Jezus met ongelovigen heel belangrijk is, zal toch meteen verdriet hebben om het missen van deze kans, ook al zijn ze opgelucht dat deze vorm niet doorgaat? Maar er wordt in de reacties niet gesproken over Jezus, alleen over de wetten en de normen die zouden gelden bij de spot die ze vermoeden.
Ik vind het zelf bijzonder fijn als er gesproken wordt over Jezus en het is vooral interessant als dat gebeurt met mensen die een andere mening over Jezus hebben. Zo leer je jezelf, de ander en Jezus beter kennen. Zo bedrijf je dialoog en zending – door in gesprek te gaan met andersdenkenden.
En stel dat de cabaretiers of je buren grappen maken die over de schreef gaan, dan kun je ze daarop aanspreken en uitleggen waarom jou dat schokt of verdriet doet. Het tv-programma had een oproep tot wederzijds respect kunnen zijn. Het programma had een bijzonder waardevolle manier kunnen zijn om Jezus ter sprake te brengen in onze cultuur en wel op een manier die de gemiddelde ongelovige Nederlander begrijpt en kan waarderen.
Laten de mensen achter deze reacties liever gaan nadenken hoe je dan wel op Nederland 3 op een pakkende en interessante manier Jezus ter sprake kan brengen, in plaats van zulke negatieve kritiek te geven. Richt je op het goede (tv-programma’s over Jezus) en laat je leven niet leiden door mogelijk kwaad (eventuele misstappen die plaats zouden kunnen vinden), zou ik zeggen.
- De EO
Ze hebben het afgelopen jaar al zoveel op hun dak gehad, dat ik vooral medelijden met de leiding heb. Het wordt ze niet makkelijk gemaakt. Maar blijkbaar woedt er ook een grote onderlinge strijd in de EO achterban. Ik hoor (kan het niet verifiëren) dat wel 2000 EO leden hun lidmaatschap hebben opgezegd vanwege dit programma. (Dan blijven er trouwens nog zo’n 400.000 over?)
Maar goed, het wordt toch lastig als iedereen vindt dat hij of zij de enige waarheid, weg en leven heeft en elkaar gaat bevechten op goede en foute interpretaties. Een lastig clubje om te leiden, vooral als ze blijkbaar geen vertrouwen hebben dat je als EO op een christelijke manier een cabaret programma gaat maken…!?!
Hoe dan ook, de EO leiding heeft er geen goed aan gedaan dit programma eerst goed te keuren (op basis waarvan?) en het vervolgens na veel publiciteit weer stop te zetten. Ze spelen hiermee elke ongelovige in de kaart die geen goed beeld van christenen heeft. En de andere ongelovigen krijgen nu wel een negatief beeld van christenen en het christelijk geloof. Dat kost jaren aan PR werk om dat weer goed te breien. De negatieve publiciteit is volgens mij wel te vergelijken met vroegere berichten over tv-evangelisten die overspel pleegden. Jaren en jaren lang blijft dat beeld hangen…
Maar ik vraag me vooral af waarom de EO het programma heeft stopgezet als ze het eerder goedgekeurd hebben. Ging het programma een heel andere kant op dan was afgesproken? Of hebben ze in het begin een dramatische beoordelingsfout gemaakt? Of zijn ze gewoon gezwicht voor een deel van hun achterban? Volgens een stukje op hun website toch vooral het laatste. En Arie Boomsma — zijdelings ook de cabaretiers met wie hij contact heeft gehad — zijn daar de dupe van.
Ik hoop dat de EO snel met een nieuwe creatieve manier komt om Jezus op Nederland 3 ter sprake te brengen. Daarmee zijn ze toch voluit bezig met hun missie? En dat zullen ze op een prikkelende en pakkende manier moeten doen, anders kijkt er geen hond. Daarvoor hebben ze toch wat speelruimte nodig, net zoals zendelingen op het zendingsveld ook nieuwe vormen en methoden gebruiken die niet altijd door de achterban gewaardeerd worden, maar die wel nodig zijn in de cultuur en de situatie.
En laten wij dan de EO beoordelen op wat ze doen en niet op wat er eventueel zou kunnen gebeuren (als dit en als dat)!
- De ‘ongelovige’ Nederlanders
(Hieronder versta ik dan ook de betrokken cabaretiers zelf.) Al deze mensen hebben nu stof genoeg om het christelijk geloof af te serveren. “Een bekrompen groepje dat niet tegen een andere mening kan en oordeelt op basis van iets dat ze niet gezien hebben.” Ze worden bevestigd in hun vooroordeel.
En toch is die mening over het christelijk geloof ook een vooroordeel. Zij zouden zich ook kunnen verdiepen in de achtergronden van de conservatief christelijke protesten tegen het programma. Want het gaat over zaken die de conservatieve christenen echt raken en verdriet doen, ook al uiten ze zich wat onbeholpen en liefdeloos. En ook al is de mening van die christenen heel anders dan hun mening, ze beroemen zich er toch op dat je ook naar andere meningen moet luisteren? En daarnaast staan ze voor een gedongen feit: ze wonen met deze mensen in hetzelfde land en of ze het willen of niet, deze mensen zijn wel hun buren en medeburgers.
En als ze dan toch nog willen spotten met het geloof of met Jezus, laten ze zich dan eerst goed voorbereiden over wat en wie ze het hebben. Want vooroordelen zijn nooit goed. En misschien is het ook wel goed dat ze kennisnemen van al het goede dat er dankzij christenen is gebeurd en nog steeds gebeurt! Een paar voorbeelden van het goede werk van (evangelische) christenen heb ik al eens eerder op een rijtje gezet (zie hier). Dat relativeert een snel en oppervlakkig oordeel over christenen.
En ik? Ik hoop dat het gesprek dankzij of ondanks deze kwestie toch nog wat op gang kan komen. Ik zie uit naar een tv-programma waarin op een creatieve en aansprekende manier een goed gesprek over Jezus plaatsvindt. Een programma waarin andere meningen serieus genomen worden en waarin de vooroordelen over “christenen” en over “ongelovigen” een beetje uit de weg geruimd kunnen worden. Dan wordt het niet zo snel een hel op aarde en krijgen de duivels geen vrij spel.
Maar dat is mijn mening.
Een EO-brief uit de hel (deel 1 – de brief)
De EO heeft een cabaretprogramma “Lopen over het Water” stopgezet vanwege zware protesten uit de conservatieve achterban. Ik ben daarop wat gaan zoeken en stuitte toen wonderlijk genoeg op deze brief van een hoofdduivel tegen zijn hulpduivel (met veel dank aan C.S. Lewis).
Beste Galsem,
De conservatieve christenen van Nederland hebben een heldendaad verricht. Zij hebben er door hun protesten voor gezorgd dat het EO-programma “Loopt een man over het water” werd stopgezet. Het was ook al heel gevaarlijk voor ons aan het worden. De uitgenodigde cabaretier Guido Weijers had zich al verdiept in het Marcus evangelie en had als atheïst een stap richting de EO en het geloof willen zetten (zie hier). Mensen hadden over Jezus gesproken en ze hadden die boodschap kunnen horen op een manier die ze begrijpen en waarderen. Wie weet welke gevolgen dat had kunnen hebben en wat een werk dat jou en mij als duivels had bezorgd?!
Gelukkig zijn daar dan de conservatieve christenen die met hulp van de EO leiding de interesse van Guido Weijers voor het christelijk geloof de kop in weten te drukken. Gelukkig dat zij hebben verhinderd dat er in Nederland over Jezus wordt gesproken. Gelukkig dat zij ervoor zorgen dat er nu in heel niet-christelijk Nederland om christenen kan worden gelachen als hyper-gevoelige mensen die bang zijn voor een andere mening. En dat zij tot en met de oudejaarsconference van Guido en jaren daarna een heel negatief beeld van het christelijk geloof hebben weten te promoten. Wat een doorbraak voor ons werk!
En heel knap, die conservatieve achterban van de EO hoeft daarvoor geeneens een enkele aflevering gezien te hebben. Zij hebben hun mening al gevormd op basis van veronderstellingen, een voorgevoel, vermoedens, een hoop roddel en een paar vooroordelen over cabaretiers zonder ook maar iets van de definitieve uitzending gezien te hebben!
Galsem, je hoeft deze keer niets te doen, want de EO leiding en de conservatieve christenen hebben er al voor gezorgd dat Jezus deze keer niet ter sprake komt. Nou ja, Hij komt wel ter sprake, maar dan op een manier waar wij van smullen! Een manier waarbij de vooroordelen over “christenen” en “cabaretiers” weer bevestigd worden. En je weet het, beste Galsem, vooroordelen zijn — zoals de Engelsen zeggen — ons (geroosterd) brood-en-boter.
je liefhebbende oom,
Schroefstrik (of zoals je Engelse collega’s zeggen: Screwtape)
In een volgend bericht geef ik mijn commentaar op deze schokkende brief.
De conservatieve christenen van Nederland hebben een heldendaad verricht. Zij hebben er door hun protesten voor gezorgd dat het EO-programma “Loopt een man over het water” werd stopgezet. Het was ook al heel gevaarlijk voor ons aan het worden. De uitgenodigde cabaretier Guido Weijers had zich al verdiept in het Marcus evangelie en had als atheïst een stap richting de EO en het geloof willen zetten (zie 
