Waarom ik niet meer evangelisch ben (1)

Posted on 12 juli 2009

4


evangometer

evangometer

Ik heb een goede tijd in de Evangelie Gemeente Ermelo gehad. In de eerste jaren was het wel wat moeilijk. Dan worstelde ik wel eens met de gedachte of ik niet in een sekte terecht was gekomen, vooral als het er wat ‘vreemd’ aan toe ging met hypnotiserende muziek, emotionele oproepen en onvertaalde tongentaal. Daarvoor hadden we in Zuid Afrika gewoond en waren lid geweest van de Nederduits gereformeerde kerk in Zuid Afrika. De predikant van onze plaatselijke kerk stond heel open voor charismatische vernieuwing, maar de catechisatieboeken gaven een negatieve visie op de Pinksterbeweging en aanverwante groepen. En die gereformeerde waarschuwingen bleven nog lang hangen.

Toen we naar Nederland verhuisden, waren het jongeren uit de Evangelie Gemeente die ons als eerste opvingen. Op hun jongerengroep Shekinah was het heel gezellig en die groep fungeerde als een soort broeikas van geloof. ‘Iedereen’ bad en las uit de bijbel, hield stille tijd en wilde ‘radicaal voor God gaan’, tenminste dat waren de groepsnormen. Of iedereen ook werkelijk zo fanatiek was is moeilijk te zeggen. In elk geval was de sfeer erg motiverend voor godsdienstige gedachten en gevoelens. Ik werd in de leiding gevraagd en met een paar jeugdleiders hadden we een groep van zo’n 60 jongeren van 16 tot 23 jaar waar we veel leuke en goede dingen mee beleefd hebben. Ik heb er veel geleerd en we kregen als jongeren veel ruimte.

Naast de positieve kant…

evangelischen met de handen in de lucht

Er waren ook andere kanten. Mensen die heel stellig voor een bepaalde mening uit kwamen, die precies wisten wat God wilde. Mensen die heel negatief deden tegenover andere meningen en andere kerken, omdat dat ‘niet bijbels was’ of ‘omdat ze de Geest geen ruimte gaven’.  In mijn jeugdig enthousiasme heb ik ook wel gedacht dat alles wat niet evangelisch was, weinig toekomst had. Maar door het interkerkelijke werk van mijn ouders — eerst bij de zendingsgemeenschap OZG en later bij stichting Open Doors — had ik veel soorten kerken en gemeenten van dichtbij meegemaakt en verschillende geloofsbelevingen leren waarderen. Die interkerkelijke opvoeding en mijn ‘aangeboren’ drang tot studie zorgde er voor dat ik als jongerenleider probeerde het grijs tussen het evangelische zwart-wit aan te geven.

Toen ik theologie ging studeren, kwamen de eerste waarschuwingen: “Je gaat je geloof verliezen, hoor! Pas op!” Anderen stonden wel open voor mijn theologische inbreng, die toen nog helemaal door het evangelicale (orthodox-protestantse) en het evangelische (charismatische) gestempeld was. Ik werd gevraagd in de taakgroep onderwijs van de gemeente. We hebben daar hele goede vergaderingen gehad.

De gevolgen van een lezing over ontstaan en gezag van de bijbel

I02112Tijdens mijn periode in de taakgroep onderwijs bleek achteraf één bepaalde activiteit een scharnierpunt geweest te zijn. Ik zie het als een belangrijk startpunt voor mijn verwijdering bij het evangelische geloofsleven. We zouden als taakgroep onderwijs een studiedag over de bijbel voor de gemeenteleden gaan houden en ik zou de lezing over “ontstaan en gezag van de bijbel” verzorgen.

Voor die lezing ging ik me degelijk voorbereiden. Ik had altijd wel allerlei kritiek op de orthodoxe visie op de bijbel tot me genomen, maar ik las dan genoeg verdedigers van de ‘onfeilbaarheid van de bijbel’ om die kritiek weer even aan de kant te kunnen zetten. Ik was ook bang voor die andere visies, want wie weet waar dat toe zou leiden? Maar als ik een lezing over dit onderwerp zou moeten geven, moest ik wel de andere kant ook bestuderen. Anders kon ik het voor mezelf niet verantwoorden.

Als voorbereiding op de lezing las ik allerlei boeken over het ‘ontstaan en gezag van de bijbel’. Ik vroeg mijn docenten aan de universiteit naar goede boeken en ontdekte zelf menige titel. Ik las de rapporten van de Hervormde kerk (Klare wijn) en de gereformeerde kerken in Nederland (God met ons) over de bijbel. Ik las alle stugge gereformeerde verdedigers van de bijbel als dr. J. van Bruggen, het boek van René Pache (Inspiratie en het gezag van de Bijbel), literatuur van de ‘Inerrancy’ beweging uit Amerika en nog een stapel boeken over dit onderwerp. Fundamentalistische verdedigers, maar dus ook de boeken die grote vraagtekens zetten bij het idee dat God de bijbel volledig geïnspireerd heeft. Het lezen van die laatstgenoemde boeken was confronterend.

Vooral het boek van dr. J. Verburg, Canon of Credo, greep me bij de keel. De schrijver was betrokken bij de charismatische vernieuwing en hij lag dus enigszins in dezelfde lijn als de Evangelie Gemeente. Toch gaf hij vele argumenten tegen de onfeilbaarheid van de bijbel en kon hij de bijbelse boeken niet als volledig geïnspireerd en volledig betrouwbaar zien. Dit boek zette me erg aan het denken: Je kon dus geloven in God en in het werk van de heilige Geest zonder de bijbel als een ‘boek uit de hemel’ te beschouwen.

Daarnaast vielen de boeken die de volledige betrouwbaarheid van de bijbel verdedigden erg tegen in hun argumenten. Ze gingen zo uit van de betrouwbaarheid van de bijbel dat ze menig heikel punt oversloegen, problemen verzwegen, cirkelredeneringen hanteerden of zichzelf tegenspraken. Al die ‘fundamentalistische’ boeken kwamen vol te staan met vraagtekens en kanttekeningen. Daar kon ik heel weinig mee.

De kleurrijke theologiestudie

Botanische tuinen Universiteit Utrecht

Botanische tuinen bij de Universiteit Utrecht

Tijdens de studie ontmoette ik docenten die duidelijk ‘gegrepen waren’ door het evangelie en van harte het christelijk geloof aanhingen, maar toch kritiek hadden op bepaalde uitspraken van bijbelschrijvers als Prediker, een psalmist of Jakobus. Voorafgaand aan de ontmoeting met deze docenten had ik het idee dat er alleen twee mogelijkheden waren: of je geloofde in de onfeilbaarheid van de bijbel (en was ‘bijbelgetrouw’) of je had problemen met de bijbel en was vrijzinnig (en eigenlijk ongelovig). Maar deze docenten pasten in geen van beide categorieën. Ze lieten grijze tinten zien waar de evangelischen alleen maar zwart en wit zagen. Of kan ik beter zeggen dat ze meer kleuren lieten zien dan alleen zwart en wit.

Ook deed de studie van de islamitische visie op de Koran en geschriften van zendelingen onder moslims mij twijfelen over de bijbel als geïnspireerd ‘hemels boek’. De Koran wordt door orthodoxe moslims namelijk letterlijk als boek uit de hemel gezien. Er ligt een exacte Koran in de hemel, maar — zeiden de zendelingen — dat was anders dan de visie van de christenen. Toch leek de islamitische visie wel heel erg op de visie van veel fundamentalistische christenen, zowel de evangelische als de streng-gereformeerde varianten.

Daarnaast vergeleken sommige zendelingen onder moslims de positie van de Koran in de islam met de plaats van Jezus in het christelijk geloof — ze worden in hun godsdienst namelijk beiden gezien als het letterlijke Woord van God en hebben dezelfde functie als middelaar tussen God en mensen. Ik vond dat heel opvallend: niet de bijbel tegenover de Koran, maar Jezus tegenover de Koran. Mohammed is slechts een profeet, maar de Koran is de vertegenwoordiging en bemiddelaar van God bij de mensen, net zoals Jezus voor christenen de vertegenwoordiger  en bemiddelaar is van God. Deze zendelingen zeiden duidelijk: wij, christenen, aanbidden niet de bijbel, maar Jezus. Deze relativering van het gezag van de bijbel was niet zonder effect op mijn geloof en gedachten.

Daar kwam bij dat ik in de theologiestudie de visies van grote theologen op de bijbel leerde kennen. En die hadden zeker niet allemaal dezelfde visie. Barth, Berkhof, Van Ruler, Noordmans, Miskotte, maar ook de vroege kerk, Augustinus, Luther, Calvijn en de rooms katholieke kerk hadden elk weer een eigen kijk op de bijbel en hun eigen ‘Schriftleer’. Wat was dan de juiste? Bestaat er wel een perfecte Schriftvisie? En in hoeverre speelt de eigen tijd en cultuur daarin een rol?

Een evangelisch fundament krijgt barsten

Jeremia 23 met apparaat BHQ

Jeremia 23 uit de Hebreeuwse bijbel. Het stuk bovenaan met de grotere tekens is de hoofdtekst en de kleine letters zijn verwijzingen naar alternatieve versies.

Ik heb op de gemeentelijke studiedag over de bijbel nog braaf een gematigd orthodoxe versie van het ontstaan en het gezag van de bijbel weergegeven, maar ik heb er wel wat theologische kanttekeningen bij geplaatst. Voor een aantal luisteraars was dat al bijzonder confronterend. Ik vond het opmerkelijk dat ze erg schrokken toen ik kopieën van Genesis 1 uit de Hebreeuwse bijbel en het Onze Vader uit het Griekse Nieuwe Testament liet projecteren. Ze zagen dat er verschillende handschriften waren, dat er voor de Hebreeuwse woorden geen klinkers, maar alleen medeklinkers waren overgeleverd. Even later kwamen de vragen: “Kunnen we de bijbel dan nog wel in alles geloven?” en “Als mensen zo’n invloed op de bijbel hebben gehad, is het dan wel volledig betrouwbaar ?”

Het bleek dat de evangelische gemeenteleden de bijbel eigenlijk zagen als een boek dat uit de hemel was gevallen. Er werd in de gemeente nooit aandacht besteed aan de menselijke kant van de bijbel, alleen aan de goddelijke kant. En de confrontatie met de menselijke kant was een schok voor hen, zoals het dat eerder voor mij was geweest.

De barsten die met de voorbereiding op deze lezing in mijn evangelische geloof zijn gekomen, gingen niet weg. Ze scheurden alleen maar verder door. Er had een aardbeving plaatsgevonden en één van de belangrijkste evangelische fundamenten, die in mijn ogen zo stevig was geweest, bleek niet tegen de beving van een beetje open-minded studie bestand.

Alles wat ik in de theologiestudie en daarbuiten over de bijbel leerde, botste met de orthodoxe-fundamentalistische evangelische bijbelvisie. En die bijbelvisie was een enorm belangrijke basis voor mijn hele evangelische leven. Typisch evangelische uitspraken als “de bijbel zegt het” of “Jezus zegt het” kwamen ineens in een heel ander licht te staan. Bij zulke uitspraken dacht ik nu niet alleen aan de inhoud van die woorden, maar ook meteen aan het bijbelboek, de evangelist, zijn bedoelingen, zijn theologie en de context. Al deze zaken zette de aangehaalde bijbeltekst volgens mij in het juiste perspectief. Maar om over deze zaken in een evangelische gemeente te praten, was een lastige opgave. Ik probeerde soms voorzichtig wat nuances bij bijbelse aanhalingen aan te brengen, maar dit strookte niet met de evangelische waarden. Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat er een breuk had plaatsgevonden tussen mij en de evangelische wereld.

Maar er speelde nog meer. Zie daarvoor het tweede deel van deze post: Waarom ik niet meer evangelisch ben (2).