Waarom ik niet meer evangelisch ben (2)

Posted on 12 juli 2009

23


TLF00223

In het eerste deel van de post over dit onderwerp heb ik uitgelegd hoe allerlei vragen rond het ontstaan en gezag van de bijbel geleid hebben tot mijn verwijdering van het evangelische geloof. In dit tweede deel bespreek ik andere aspecten van mijn ‘evangelisch geloofsafval’.

Verbreding en verdieping

Naast de vragen rond de bijbel ontstond er tijdens de theologiestudie een grote liefde voor de kerk van alle eeuwen. Ik ben altijd al erg geïnteresseerd geweest in geschiedenis. Met het bestuderen van de kerkgeschiedenis werd me duidelijk dat de kerk door de eeuwen heen niet echt evangelisch is te noemen. Er waren zoveel mensen met prachtige theologieën en verschillende spiritualiteiten, die vol liefde voor God en medemens hun geloof uitleefden. Daar kon ik nog veel van leren. Terwijl in evangelische kringen een idee heerste van ‘buiten de evangelische gemeenten en evangelische opwekkingen is het allemaal veel minder’. Dat idee klopte niet. Ik kwam juist zoveel meer en zoveel moois buiten de evangelische gemeenten tegen.

Kruis Iona

St. Martin kruis op het Schotse eiland Iona

Een boek dat deze bredere kijk op de kerkgeschiedenis bevestigde was Celebration of Discipline (Nederlandse eerste editie: Een nieuwe levenswandel en latere editie: Het feest van de navolging – groeien in spiritualiteit) van Richard J. Foster. Dit boek haalde levenswijsheid uit allerlei tradities, hoewel de schrijver zelf het spoor van de evangelicale traditie volgde. Ik las het boek keer op keer en behandelde het met iedereen die betrokken was bij de jeugdleiding. Wat een wijsheid, inzicht en liefde was er buiten gereformeerde en evangelische kaders!

Tijdens de studie leerde ik veel studenten en docenten beter kennen en ik proefde hun betrokkenheid bij God en medemens. Maar ze hielden er zeer verschillende meningen op na en waren afkomstig uit allerlei christelijke tradities. Ik zat in de collegebanken naast zwaar hervormd-gereformeerde broeders in hun zwarte pak, naast vrouwelijke studenten, vrijzinnige studenten en monnikken in pij. Bij sommige studievakken zaten baptisten, hervormden, vrije evangelischen en rooms katholieken gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar. Een aspect van de theologiestudie in Utrecht die ik als heel kostbaar heb ervaren.

De evangelische theorie dat de evangelische beweging het summum van het werk van God is, bleek in mijn optiek nergens op te slaan. Er was eerder en elders nog veel moois, misschien zelfs mooier…?!

Dûmny in Aldeboarn voor allerlei mensen

ALDEBOARN 120699-47

Gezicht op Aldeboarn met de scheve toren van de prachtige Doelhôftsjerke

Na de eerste overstap van gereformeerd naar evangelisch, volgde nu tijdens de studie een tweede stap: van evangelisch naar hervormd. De Hervormde Kerk was breed, kende veel stromingen en had een beetje een ‘katholiek’ levensgevoel. Je kon er wat bij hangen, maar je bleef altijd wel hervormd. Het rechtlijnige van veel gereformeerden kwam je alleen in de rechterflank tegen. Er was aandacht voor de eeuwen, een goede organisatie, ruimte voor andere meningen en betrokkenheid bij God en mensen. Ik was verkocht.

Na de afronding van de studie werd ik beroepen in het prachtige Friese dorpje Aldeboarn. Een Samen op Weg gemeente van het eerste uur. Behalve dat het contact met de mensen erg prettig was, was het een hele brede gemeente: gereformeerd, hervormd, links, rechts, conservatief, progressief – alles! Dat sprak me aan, hoewel het voor mij ook wel een uitdaging was.

Als zendingskind heb ik geleerd om me aan de omgeving aan te passen en dat deed ik opnieuw in Aldeboarn. Ik wilde eerst deze breedte van de (latere) Protestantse kerk beter leren kennen. Zodoende schoof het ‘evangelische’ alsmaar verder naar de achtergrond.

Daarnaast leerde ik in dit dorp ook doopsgezinden en rooms katholieken van dichtbij kennen. In het dorp was er een sfeer van ‘samen moeten we het doen’ en zoveel mogelijk mensen werden erbij getrokken. Ook waren we als christenen van verschillende kerken vanwege ons geringe aantal op elkaar aangewezen. Het was eerst wel even wennen om zulke andere tradities van dichtbij mee te maken, maar wat een fijne mensen waren dat ook. Ze keken heel anders tegen het geloof aan. Sommige doopsgezinden hadden bijvoorbeeld niet zoveel met een God die zijn eigen Zoon offert. Dat doe je toch niet? Dat kan toch niet Gods bedoeling zijn? En dat God in beheer is in deze wereld, dat blijkt toch niet echt? Ook naar deze mensen wilde ik luisteren en niet persé om hen een weerwoord te kunnen geven.

De dominee bij het sterfbed

De Doelhôftsjerke van Aldeboarn met eeuwenoude graven eromheen

De Doelhôftsjerke van Aldeboarn met eeuwenoude graven eromheen

De confrontatie met het lijden dat ik al in mijn jeugd in de Vietnam oorlog en de apartheidsjaren in Zuid Afrika van heel dichtbij had meegemaakt, werd als predikant versterkt in het contact met ernstig zieken, stervenden en nabestaanden. Hoe zat het eigenlijk met genezing en wonderen? Hoe zat het met God en het lijden? De evangelische theorieën bleken voor mij niet opgewassen tegen de werkelijkheid die ik om me heen zag.

Wat zag ik dan om me heen? Eeuwenoude graven die in en om de oude kerk van Aldeboarn heen lagen. Als predikant zag ik de huidige overledenen en de nabestaanden rond begrafenissen en crematies. Zo gaat de weg van de mensen en zo zou het met mij ook aflopen. We leven en we sterven. In dat perspectief wordt genezing sterk gerelativeerd.

Ik kon niet meer overweg met evangelische uitspraken als “zonde en ziekte werden aan het kruis genageld, zo bent u voor eeuwig vrij van hun vloek — u bent genezen.” (T.L. Osborn, Geloofsgetuigenis, p. 84).  Een leven zonder zonde en ziekte? De Friese boerengemeenschap rond Aldeboarn was daar veel te nuchter voor.

Niet meer mijn wereld

Het evangelische verdween dus langzaam uit mijn leven. Ik ben geen mens van snelle wendingen. Ik denk eerst rustig over belangrijke dingen na en probeer het van allerlei kanten te bekijken. Maar ik kan inmiddels wel zeggen dat ik niet meer evangelisch ben.

TLF00223Ik geniet nog steeds van enkele aspecten van de evangelische wereld. De muziek, hun enthousiasme voor hun vorm van godsdienst en hun daadkracht spreken mij aan. Maar er zijn teveel zaken die me nu heel vreemd lijken of me zelfs ergeren. Ik voel me helemaal niet meer thuis in een evangelische kerkdienst (‘samenkomst’). De stellige taal, de simpele boodschap, het gebrek aan nuances, het gemis van een theologie van het lijden, het zwart-wit denken, de emotionele bespeling van mensen, een sfeer en een taalgebruik dat anderen uitsluit. Nee, dit is niet meer mijn wereld. Het is fijn voor hen dat zij zich daar thuis bij voelen, maar ik vind het fijn dat ik er niet meer in zit.

Ik wens de evangelischen alle goeds toe, maar voor mij bestaat dat goede eruit om buiten de evangelische kaders te zijn.